Het is lang geleden. Heel lang geleden dat ik heb
geblogd.
Mijn laatste verhaal is denk ik Townsville geweest, meer
dan een maand geleden.
We zijn nu meer dan een half jaar onderweg en het reizen
is nu ook echt reizen geworden.
Laat ik beginnen te zeggen dat ik me uitermate relaxt
voel, sterker nog, ik ben rustiger dan ik me kan heugen ooit geweest te zijn.
Als je gaat reizen verwacht je van alles. Zo had ik vooraf het idee dat ik door
allerlei fases heen zou gaan, diep zou gaan, mezelf zou tegenkomen, heimwee zou
hebben, naar thuis zou snakken, veel zou schrijven en me zou vervelen op
bepaalde momenten. Dat vervelen zou dan weer een mogelijkheid bieden tot meer
schrijven en dat was iets dat ik graag op de reis zou willen doen.
We zijn nu een ruim een half jaar weg, en ik heb denk ik
de meeste emoties al wel eens doorleefd. Ik kan je zeggen dat ik deze heel erg
anders heb gevoeld en beleefd dat ik ze op voorhand verwacht had te gaan
ervaren. Eigenlijk was het hele eerste stuk van de reis een euforie. Met de
dieptepunten van wat we in Madagaskar hebben gezien en beleefd uiteraard in
ogenschouw nemend, maar daar hebben we jullie destijds uitvoerig en trouw over
verteld.
Zuid Afrika dat zo’n ontzettend heerlijk en prachtig land
was, waar we elk moment genoten en altijd bezig waren, jullie zo veel mogelijk
probeerde te vertellen over de kostbare ervaringen die we opdeden en daarmee
heel erg hebben geleefd in een observerende maar ook belevende situatie, waarin
we altijd die brug naar thuis hebben geslagen. Dan wel in een vergelijking in
ons hoofd, dan wel in een verhaal op ons blog.
Toen kwamen we in West Australie aan. We hebben jullie
verteld over de prijzen, over het land vol parels maar ook heel veel niets. En
toen die grote oversteek naar het oosten. Tijdens die grote oversteek begon er
iets in mij te bedaren. Er kwam een bepaald soort rust over me heen die tijdens
de lange rijdagen mijn mentale onrust wat bedaarde. Ik kon er nog niet helemaal
de vinger opleggen, maar hoopte vurig dat dit de eerste echte stappen zouden
zijn naar die rust die ik zo graag wilde vinden op de reis. Eentje die je niet
kunt afdwingen, maar die je overkomt. Misschien was het gewoon dat de dagen ook
werkelijk met NIETS gevuld waren en Tobias voornamelijk het rijwerk voor zijn
rekening nam, dat ik zo in contact kwam met dit gevoel. Het is dus niet te verwarren
met verveling, het is juist de vrede met het niets. Maar er leefde tegerlijktijd
ook een groot verlangen naar actie en vermaak.
Aangekomen aan de oostkust vonden we ons vermaak. De
dingen waar je op richt en die je wil doen liggen relatief gezien veel
dichterbij elkaar en de dagelijkse afstanden die we aflegden werden gehalveerd
of waren zelfs maar een fractie van de afstanden die we in het westen aflegden.
Wat we echter vonden aan de oostkust waren vooral
stranden. Laat ik wel wezen, het waren bijzonder mooie en relaxte stranden,
maar wel elke keer weer stranden. We vonden vermaak in mensen die we ontmoeten,
gesprekken die we voerden, maar echt zwemmen aan de mooie stranden was er niet
bij door de vele kwallen die zich in het noord oosten van Australie in het
zeewater begeven. Dit had tot gevolg dat we op de mooiste plekjes zaten,
idyllisch en puur, maar ons nu toch echt begonnen te vervelen. En waar ik
achter kwam was dat ik daardoor juist inspiratieloos was jullie te schrijven op
ons blog. Mijn blog over Airly Beach (de bestemming na Townsville) tot aan
Brisbane kreeg daardoor een vorm waarin het leek alsof ik een opsomming aan het
geven was van dat wat we op een dag deden en zagen, maar er sprak geen beleving
meer uit mijn woorden, ik zei wel wat we deden maar vertelde niet echt meer
over onze reis. En dat is niet wat ik jullie wil geven. En ook niet wat ik wil
teruglezen als ik later ons blog teruglees. Tobias had ook geen zin deze dagen
te beschrijven, en toen volgde de lange stilte....
Ik vond het nog wel leuk korte posts op Facebook te doen,
want dan deel je enkele zinnen en kun je toch een hoop zeggen met weinig
woorden. Maar ik heb, geloof het of niet, niet de behoefte met veel woorden
weinig aan jullie te beschrijven...
En toen kwam Noosa. En Noosa is een prachtige plek, aan
het strand, waar we met onze tent een uitzicht hadden waar ik in Nederland
achter mijn bureau alleen van kan dromen. Helder blauwe zee, palmbomen, wit
strand, en heel veel rust en niets te doen. Maar meer dan ooit verveelde ik me,
ik zat onder de muggenbulten en werd er zo weemoedig van dat ik me op deze
prachtige plek een beetje depressief ging voelen. Het gebrek aan internet
ontnam me de mogelijkheid op contact met thuis en Tobias en ik lagen de hele
dag op ons kleedje in de zon/schaduw een boekje te lezen.
Nou wat verschrikkelijk voor je hoor ik jullie denken. Ik
besef me dat dat heel raar klinkt allemaal, maar dit was mijn dieptepunt in de
reis! Ik voelde me dood ongelukkig in het paradijs.
Die avond belde pappa en mamma, en op het moment dat we ophingen barstte ik in
tranen uit. Ik zie Tobias me nog beteuterd aankijken. Ik had zo verschrikkelijk
veel heimwee.
Van tevoren had ik verwacht dat heimwee een sterk gevoel van “naar huis willen”
zou zijn. Maar dat is het niet. Het was zeker niet zo dat ik naar huis wilde.
Wat het meer was, was dat ik tijdense het krabben aan een van de vele bulten op
mijn kneiters bruine lichaam bij elke gedachte aan een geliefde thuis bijna in
huilen uitbarstte. Daar zat ik dan, op het strand, in de zon, heerlijke
temperatuur, met een biertje en een boekje. Maar het voelde als een biertje en
een boekje “want wat moet ik anders?!”. Ik voelde me zo opgesloten in het
paradijs, en had zo veel behoefte aan een berg die ik kon beklimmen of een
rondje langs de gracht in koud Amersfoort. En hoe meer ik eraan dacht, hoe
verdrietiger ik me voelde. Hoe verdrietiger ik me voelde, hoe meer ik mezelf
verbood me zo te voelen in het paradijs. Nog maar een biertje dan... Want tja,
wat moeten we anders?!
Tobias verveelde zich ook stierlijk en het is wel heel
fijn om dat samen het paradijs af te kunnen zeiken. Sterker nog, puur het
afzeiken van het paradijs is een hele plezante bezigheid. Het is hetzelfde als
aan thuis denken, maar dan denk je niet aan thuis en word je niet verdrietig.
Toen ik weer internet had postte ik een paar regels op
Facebook over mijn heimwee en de reacties waren heel fijn. Een paar lieve
woorden en toch een bepaalde vorm van begrip deed me goed, ondanks dat deze
situatie behoorlijk onbegrijpelijk te noemen is. Ik wed dat er veel dagen komen
dat ik suuuuper graag naar Noosa zou willen in ruil van de dag in mijn
Amersfoort die ik op dat moment beleef. Als je je zo voelt, althans als IK me
zo voel, kan ik geen blog schrijven. Het is als een writersblock in zijn
puurste manifestatie. Wel postte ik de foto’s van het paradijs, waar de meesten
jaloers op reageerden, terecht overigens, maar van mij mochten ze het hebben!
Voor een paar dagen dan haha.
Het komt ook door het kamperen. Wat is dat toch
verschrikkelijk. Ik vergeet vaak dat kamperen gewoon echt niet mijn ding is.
Hoe heb ik het in mijn hoofd gehaald om 38 dagen te gaan kamperen?!
GATVERREDAMME, alweer met je pannetjes naar de wasbak die meer dan 5 minuten
lopen leek, om ze daar schoon te maken en weer helemaal terug naar je tent. ’s
Nachts je tent uitmoeten om te plassen. Man ik moest standaard als we gingen
slapen plassen uit angst dat ik zou moeten plassen die nacht! Wat vervolgens alsnog
elke avond weer het geval was (ook door al die biertjes natuurlijk). Omkleden,
je kleren in en uit je tas, slippers aan en uit, een tering zooi en maar zoeken
naar je spullen. Niet kunnen douchen zonder slippers vanuit hygiene
overwegingen. Veel te warme nachten, of te koud. Muggen, beesten, goddamn
midgies....
En toen kwamen de stops in een paar kleine plaatsjes genaamd
TinCanBay, Rainbow Beach en Hervey Bay. Daar hadden we wat te doen, dus daar
hadden we wel weer lol. Dolfijnen, een mooie wandeling en uitzicht en in Hervey
Bay hebben we super gezellig met Holly en Cameron gechilled en ons kostelijk
vermaakt. Maar nog steeds sluimerde dat gevoel van “Australie valt tegen” als
je ’s avonds in je tent klimt. Een gevoel dat ik mezelf eigenlijk niet wilde
toestaan. Want ik wil mijn hele leven al naar Australie, het staat zolang ik me
kan heugen op mijn nummer 1 in mijn bucket list! En ik had al zulke
fantastische momenten gehad in Australie, die kon ik toch niet laten
overschaduwen door de dagen van sleur, verveling en heimwee?! Tobias had minder
moeite met het benoemen van de teleurstelling. Ik kon en wilde geen overal
oordeel over Australie geven voordat de reis door dit inmens grote land zou
zijn afgerond, want het kon toch niet zo zijn dat mijn bucket list nummer 1 zou
TEGENVALLEN!?!!
Geen woord dus uit Saartje, geen blog posts, af en toe
een korte Facebook post maar vooral heel veel stilte.
En toen kwamen we in Brisbane. Brisbane was wel echt een
beleving, en ik zal deze stad in een aparte blogpost eer aan doen. Maar dat was
zo’n heerlijke afwisseling, dat we geen tijd verdeden aan het schrijven, we
waren de hort op! We sliepen eindelijk weer in een bed voor een paar dagen! Wat
een verademing, wat hadden we dat nodig!
Holly en Cameron hebben in Brisbane gewoond en kennen de
weg, we gingen met ze naar een club en uit. Het uitgaansvolk daar... De vrouwen
dragen “kledingstukken” waar hun tieten bijna volledig uithangen (als een soort
brutells over de tepels) en tegelijktijd zulke korte strakke broekjes of rokjes
dat je hun billen ook kunt zien! For real, hier werd niets aan de fantasie
overgelaten. Hakken hoger dan waar de travo’s in Nederland op de gaypride op
lopen en daar dan een hele nacht mee op pad gaan.
Als je dan een stelletje ziet kussen en hij gaat met zijn
hand over haar billen, dan word je er ongemakkelijk van omdat het meteen een
halve porno film is waar je naar kijkt! Terwijl als ze gewoon iets aan had
gehad er helemaal niets aan de hand was geweest... De danseressen in de club
die in een soort bikini pakje in een kooi stonden te dansen waren netter
gekleed dan de gemiddelde vrouwelijke bezoeker!
Bovendien dansten zij ook stijlvoller!! Ongelooflijk!
De uitdrukking “underdressed” klinkt onwijs haaks op hoe
ik me voelde in mijn nette spijkerrokje, shirtje en Nike’s. Ik was zowat een
kerel te noemen tussen al dit oestrogenisch geweld om me heen haha.
Bier was 10 dollar terwijl een gin tonic 8,50 was! Toen
ik daar achter kwam stopte ik gelijk met bier drinken, wat een onzin!
Maar wel een belevenis, Tobias en ik keken onze ogen uit!
Wat een volk! In Nederland heb je daar “speciale” feesten voor!
De dames in Australie houden wel van korte strakke
uitgaans kostuumpjes, maar nu ik heel
Australie gezien heb moet ik er wel bij zeggen dat dit echt typische Brisbane
klederdracht was en dat men het ook het trailertrash noemt van Oz.
Tja als je de hele dag in je bikini op het strand ligt en
je gaat ’s avonds uit, wat trek je dan nog aan om je sexyer te voelen dan je
die dag al was, bedachten Tobias en ik maar....
Toen we Brisbane uitreden zijn we naar een
autoschadeherstel bedrijf gegaan. Om eens te kijken wat het maken van zo’n deuk
kost die ik gemaakt had door de deur bij de wind in te leveren.
De man keek, schreef, keek nog wat en zei toen 790
dollar. SAY WHAT!?! GAST!!!!!
Hij zou het opnieuw moeten spuiten bla bla bla. Nee, we
wilden weten wat UITDEUKEN kost. Maar nee dat kon niet zonder opnieuw spuiten.
Met een steen in mijn maag, keerde de weemoed die ik voor
Brisbane had gevoeld opeens weer terug en vertrokken we naar het zuiden. Ik kon
wel janken, wat een tegenvaller. Hoe was het mogelijk?! 790 dollar! 500 euro
ofzo! Nou Wicked zou ons zeker naaien als ze konden, als ik een struisvogel was
geweest had ik mijn kop indefiniate in het zand willen steken!
Laat ik dit gevoel weer even wegstoppen en opnieuw
beginnen met het vertrek uit Brisbane. We zouden wel zien wat er ging gebeuren
en voelden ons net weer lekker dus besloten ons niet druk te maken tot de
rekening zich zou aandienen en onze reisverzekering het vervolgens ook nog eens
zou afwijzen.... Toch een beetje kop in het zand dus.
Opnieuw
Na in Brisbane lekker uit te hebben gegeten, te zijn gaan
stappen, in een bed geslapen te hebben en onze ogen uit te hebben gekeken,
waren we weer helemaal opgeladen voor de volgende stop.
Springbrook.
En dit was niet de minste. We gingen de bergen in. En
niet zomaar bergen. Wat was dit mooi. Natuur om je hart bij op te halen. Koelte
om in bij te komen, want de afgelopen maand was HEET geweest. De 24 graden op
de berg was meer dan aangenaam te noemen.
Uitzichtpunten die de vallei, bergen en alles er tussenin tot aan de zee
100km verderop aan ons tentoon stelden. Bomen van duizenden jaren uit, planten
en bloemen die we nog nooit gezien hadden, watervallen en rotsen waar we
tussendoor en omheen wandelden, terwijl we maar bleven verzuchten dat dit toch wel een
van de mooiste plekjes was die we in Australie gezien hadden.
Konden we hier maar langer blijven... Maar het was bijna Kerst
en we hadden een cabin in Bayron Bay geboekt om onze Kerst door te brengen, dus
we moesten door.
Zo gezegd zo gedaan.
Normaal heb ik een hekel aan Kerst. Misschien is het niet
zo zeer Kerst, maar wel het moeten van dingen. De verwachting die ermee gepaard
gaat. Het gevoel van verplichte gezelligheid, vrije dagen die eigenlijk al voor
de komende jaren voor je worden ingepland en waar je je altijd aan dient te
conformeren, omdat je anders mensen kwetst. Ik kwam erachter dat dit klinkklare
onzin is. Het is juist fijn dat je elk jaar die dagen met elkaar MAG
doorbrengen. En dat het daarbij koud is en je lekker samen binnen bij een
haardje kan zitten.
Nu waren we aan de andere kant van de wereld, in ruim 30 graden, zonder familie
en verwachtingen. Zonder ingeplande gezelligheid, en we snakten naar onze
families en hun avondjes bij het haardvuur. Begrijp me niet verkeerd, wij
hebben een heerlijke kerst gehad. Maar als je een jaar weg bent en je mist je
familie, dan wordt Kerst opeens een moment waarop dat gevoel erg versterkt
wordt.
We hadden dan ook besloten onszelf te trakteren op een
nacht in een klein huisje op de camping met een keukentje en een bed, zodat wij
ook ons eigen Kerstfeest konden vieren. Aangekomen bij de camping bleek dat ik
voor februari geboekt had?! Pardon?! Heeeeeeel vaag. Dus we moesten ff 170
dollar extra aftikken voor 2 nachten (naast de reeds 190 voldane
dollartjes...). KACHING! Dat deed pijn. Maar Tobias gaf geen kick en betaalde
de dame. Ik voelde me schuldig en dom joh. Maar hij was een heer en deze nieuwe
tegenslag (die vrij snel na de 790 dollar indicatie tegenslag kwam) was dan ook
snel verwerkt. Wij gingen genieten, en het paste binnen het budget, want we
hadden heel goed gespaard en een buffer opgebouwd.
We zwommen en dronken en aten en kletsten, we wandelden
en genoten en genoten en genoten. Al met al een heerlijke Kerst, met
voortreffelijk voedsel en bubbels, een zoet temperatuurtje en zeer weinig kledij
voor de tijd van het jaar. Bellen met het thuisfront en zoete tranen en woorden
van liefde. In essentie van de Kerstgedachte en daarmee een van de beste
Kerstmissen ooit, want voor mij zal Kerst nooit meer hetzelfde zijn. Ik zal met
liefde en plezier uitkijken naar de geplande gezelligheid en nu in plaats van alleen
op de avond zelf, ook in de aanloop en verwachting er naartoe al genieten! Is
het al bijna Kerst?!
Bijna zouden we Ted en Mieke zien, ze zouden 31 december
aankomen in Sydney en we waren echt op weg naar hen. Zo voelde het al een
tijdje, het vooruitzicht was heerlijk en alles kwam nu wel heel dichtbij. Een
soort Kerst cadeau. Het is Tobias zijn vader, maar voor mij voelde het net zo
hard alsof thuis bij ons kwam. Toop zei steeds vaker “over zoveel nachtjes is
pappa er”, en hij zegt nooit “pappa”. Reizen maakt jong, je gaat verder terug
naar je essentie. De relatie met je ouders speelt meer in je op, de waarde die
ze voor je hebben is altijd al zeer tastbaar, maar de behoeftes die ik ervoer
waren toch zeker kinderlijk te noemen. Als het liggen met mijn hoofd in mijn
moeders schoot terwijl ze over mijn haar aait als voorbeeld hiervan. Zoals gebeurde
toen ik nog heel klein en dan moe was. Niet dat ik met mijn hoofd op Teds
schoot wilde gaan liggen ofzo (lol), maar het hebben van Ted en Mieke als een
soort vader en moeder die bij ons waren was toch wel een intens fijn
vooruitzicht. En dat is ook helemaal uitgekomen kan ik je zeggen, het was nog
leuker dan ik me had durven indenken op voorhand. Maar dat straks.
Na Bayron Bay hadden we met Holly en Cameron afgesproken
in Nimbin, een hippie dorp zo’n 80 km landinwaards. Wat we hier aantroffen was
niet zo zeer een “waar ben ik?!”, maar wel een “wanneer ben ik?!”. Echt een
belevenis. Dit dorp is een dorp vol ouwe hippies. Die gasten waren geen hippie,
nee die zijn altijd al hippie geweest en doen daar geen millimeter afstand van.
Ouwe rotten in flowerpower kledij en overal hippieuitingen. We kwamen op een
camping die er zo verrot en oud uitzag dat we ons afvroegen of we hier wel
moesten gaan verblijven. Uiteraard hebben we dat wel gedaan. Een grote
palenkiet was het, maar dan in de vorm van een camping. De palenkiet is de
palenhut die we achterin de tuin van onze ouders hebben. Een huisje op palen
met bedden erin waar Richard en ik met onze neefjes en vrienden menig avondje
hebben doorgebracht en alles konden doen wat we maar wilden. De palenkiet was
dan ook na onze jeugd compleet uitgeleefd en is inmiddels ook helemaal
ingestort. Pap heeft hem afgelopen jaar afgebroken voor hij om zou vallen.
Nou, dit illustreert denk ik wel een beetje hoe die
camping erbij stond.
Een camping uit de jaren 60 waar daarna nooit meer iets
aan gedaan is en waar alleen maar mensen die de hippie uit willen hangen
verblijven. Priceless.
Een van mijn hoogtepunten in Australie. Er was een grote
groep gasten die allemaal op de een of andere manier aan elkaar gerelateerd
waren via familiebanden, die zonder kinderen en vrouwen een weekje weg waren.
Veel dronken en smoketen en ’s avonds als de stoere mannen die ze waren zaten
mee te swingen op de allerfoutste 70s muziek die je je maar kunt indenken. We
hebben ons bescheurd!
Er was een drum avond in het dorp en alle hippies hadden
hun trommels en jambees erbij gepakt en stonden te drummen op de straat,
terwijl de veel te oude hippies (maar ook toeristen) op straat stonden te
dansen. Het was een hypnotiserend gezicht, een tafreel dat ik nooit zal
vergeten. Waar jong en oud los van de wereld, weg van de wet en wetstoezieners,
deden wat ze wilden en in hun eigen wereld en staat verkeerden. Zoals ik al
zei, we waren niet “ergens”, we waren “ooit”.
Na Nimbin namen we afscheid van onze nieuwe vrienden
Cameron en Holly, met de uitgesproke hoop elkaar in Azie weer te treffen en
vervolgenden we onze reis nu dan echt naar Sydney.
De camper, nou ja camper, de Micra met tent zou worden
ingeleverd. En het was ongelooflijk spannend zoals je zult begrijpen.
Die ochtend bij Wicked... We hebben de auto zoooooo
schoon laten maken! ZO blinkend en stralend (kostte ons ook 33 dollar ofzo).
Dat hebben ze nog nooit meegemaakt. Een allerrelaxte dude uit Schotland geloof
ik hielp mij met de auto. Ik parkeerde hem en hij kwam meteen naar me toe. Mijn
hart bonkte in mijn keel. Hij zei dat hij de auto moest checken en begon met de
check, een tweede dude kwam erbij. Toen ze richting de deuk liepen zei ik met
de grootste en stralendste lach die ik in me had “I bet you have never gotten a
car returned to you THIS clean!!!!”. Zijn hand ging naar de gedeukte deur (de
deuk viel alleen maar meer op door de schone auto), hij keek mij aan (evenals
zijn collega), en terwijl hij de deur van de auto opende zeiden ze tegen mij “Would
you like a job? Come work with us!”. Ik lachte nog wat en hij checkte de
binnenkant van de auto. Terwijl
hij de deur wilde sluiten zei ik, “I’ll take that as a YES, and No I wouldn’t
like a job, I like being unemployed...”.
De deur sloot, ze liepen lachend met me naar binnen en
printte een bewijs uit dat ik de volledige borg terug zou krijgen. De lach die
ik toen had vult nu weer mijn gezicht. Tobias stond inmiddels zenuwachtig naast
me en wilde daar zo snel mogelijk weg haha. Zo gezegd zo gedaan, en weg waren
we. Met een high five onder voorbehoud, die zich uiteindelijk heeft uitbetaald.
Heerlijk!
Hier stopt op dit moment even mijn verhaal, want ik zit
al uren te typen en we gaan eten.
Ik kan hierna ook heerlijk verder met de volgende fase
van onze reis. Het kamperen is afgesloten. Ted en Mieke zouden de volgende
ochtend arriveren en we reden met onze nieuwe (schadevrije) huurauto naar het
appartement in Bondi Beach dat Mieke had geregeld. Wat het mooiste appartement
ooit zou blijken te zijn. Met een heerlijk bed met echte kussens. Met nieuwe
dagen in Australie, met nieuwe gevoelens, een nieuwe ervaring, waarin we intens
zouden genieten. En Tobias jullie al over verteld heeft. Weken die Australie
weer in een ander licht zette en mijn bucket list nummer 1, alsmede mijn
verwachtingen van dit land, zouden herkleuren. Bijkleuren. Verfrissen.
Melbourne (waar ik zooooo van ben gaan houden) waar ik over mag vertellen en
dan Tasmanie, de parel aan het eind, waar ik een stukje van mijn hart heb
achtergelaten en ik de werkelijke rust waar ik zooooo naar hunkerde nu toch
ECHT zou gaan vinden. Inspiratie tot bloggen in overvloed, ik ben er weer, en
jullie zullen me horen en lezen... Sorry dat ik jullie verwaarloosd heb, maar
nu begrijpen jullie wellicht waarom en vergeven jullie me, letters genoeg,
toch? Daarom! One love!