We reden naar het oosten waarmee we het dorre en warme Madagaskar achter ons lieten. Langzaam maar zeker werd de rode aarde vervangen door het groen van het regenwoud. Mensen werden vriendelijker en de bevolking leek het een stuk beter te hebben dan dat wat we zagen in andere delen van dit land. Ranomafana. Het land van de Lemuur.
Ons hotel was vrij basic. Is vrij basic moet ik zeggen want ik zit op het terras na te genieten van de hike die we vandaag hebben gemaakt.
De wekker ging weer vroeg. Iets waar we inmiddels volledig aan gewend zijn geraakt. Kwart voor zes om precies te zijn. Omdat de temperatuur hier beduidend lager ligt slapen we ook een stuk beter. Een hele diepe slaap met heel veel vage dromen over van alles en nog wat. Hoofdzakelijk werk. Druk, druk, druk...
Als ontbijt hadden we pannenkoeken en daar had ik maaaaaaaaad zin in! Met sterke koffie. De koffie is trouwens prima hier en meestal sterk. Zo vind ik het ook het lekkerst.
We hadden gisteren een nachtwandeling gemaakt waarbij we de muislemuur hebben gezien. een beestje wat meer weg heeft van een muis dan van een lemuur. Super tof en onderdeel van ons wensenlijstje hier. Volgens mij is de Gremlin ook op de muislemuur geïnspireerd.
Met mijn rugzak al op mijn rug nam ik de laatste slok koffie en liep met Sarah naar de auto die voor ons klaarstond. Ranamofana National Park stond op het programma en hier leven heel veel verschillende soorten Lemuren. Elf om precies te zijn maar die krijg je eigenlijk nooit allemaal te zien. We liepen zes uur en hebben er denk ik vijf gezien. Heel toffe beestjes en helemaal niet bang voor mensen. Sommige zaten echt op een meter of drie afstand hun ding te doen. Was een hele leuke dag!
Nu heb ik een lekker koud biertje besteld en die ga ik korten! Zin in!
Volg ons en onze avonturen tijdens onze reis via dit blog. We zullen hier regelmatig updates plaatsen over onze ervaringen en houden zo onze familie en vrienden op de hoogte. Na onze bruiloft op 11 augustus hebben we 6 september koers gezet naar onze eerste bestemming, Mauritius.
zaterdag 28 september 2013
vrijdag 27 september 2013
Muziek!
De muziek van Madagascar...
Het is uptempo, het is blij, alles lijkt op elkaar, je verstaat er geen woord van en het maakt je vrolijk.
Ze luisteren vooral die vrolijke muziek en gospel. Ze zingen hard mee en als er geen radio in de auto zit zingen ze de muziek zelf.
Vaak wordt een nieuw liedje op een bekende melodie van een hit opnieuw uitgebracht, maar dan met andere lyrics. Wij horen het verschil uiteraard niet, dus horen overal dezelfde liedjes! :)
Zojuist stopten we voor lunch op een parkeerplaats naast de weg met een schattig rond van houten takken gebouwd hutje dat je schaduw biedt.
Onze chauffeur had de muziek heel hard in de auto opgezet, dus al swingend genoten we van onze lunch.
Er kwam een vrouw met twee kindjes van een jaar of 4 en 5 langs die een houten kar duwden met bakstenen erop, die maken ze veel in deze regio. De jochies keken blij, bedelden voor de verandering een keer helemaal niet en zwaaiden naar ons. En toen... Smolt ik. Terwijl het jochie voorover gebogen de kar duwde schudde hij op de muziek met zijn kontje!
Dat kunnen ze hier als geen ander, schudden met die billen en dansen op de blije Madagascar muziek!
Langs de rivier hadden ze een gettoblaster die net ff te hard stond en kraakte, waar hun muziek uitknalde. Terwijl de kindjes om ons heen met hun kontjes stonden te schudden en typisch dansten, zoals wij dat zelfs in onze fantasie nog niet eens kunnen! Daar zijn wij veel te wit voor :p Jaloers makend dat gevoel voor ritme en die heerlijke moves! Geweldig!!!
Luister hier:
donderdag 26 september 2013
Baobabs, stof en een lange weg
Stof, stof en nog eens stof. Dit is een passende omschrijving voor het zandpad uit de Tsingy. Hier zal ik zeer warm, winderig en vol met kuilen aan kunnen toevoegen maar stoffig is het eerste dat in me op komt. Onderweg heel veel Baobabs gezien die hoog boven alles uitstaken. De oudste en dikste Baobab is 1020 jaar oud volgens onze gids Lova. Een andere gids echter hoorde ik 500 jaar zeggen. De waarheid zal alleen de Baobab zelf weten. Helaas was deze oeroude boom weinig spraakzaam.
We sliepen in een prachtig hotel in Morondava gesitueerd aan het Mozambique kanaal, de zee die Madagaskar van Mozambique scheidt. Na een lange tocht hadden we weinig zin om wat te ondernemen anders dan even onze wifi verslaving te bevredigen en de indrukken van de Tsingy te verwerken. We namen afscheid van onze trouwe chauffeur Mr. Zulu en hebben op de lokale markt wat groenten en kaas gescoord voor de lunch van vandaag.
's Ochtends werd Sarah wonder boven wonder wakker met de 5 in de klok! Iets wat in vergelijking tot een boom van misschien wel 1020 jaar oud eigenlijk voor mij nog ongeloofwaardiger is.
Ik moest het Mozambique kanaal aanraken. Op mijn slippers rende ik langs Sarah die inmiddels al aan het genieten was van haar ontbijtje. "Ben zo terug Ot!" riep ik en snelde het strand op. Gescheiden door een hele korte duin rende ik het strand op waar direct een heel oud baasje zat. Op zijn schoot lagen zelfgemaakte miniatuurzeilboten. Prachtig gemaakt. Elk detail had hij verwerkt. Trots liet hij zien hoe hij het had gemaakt en hoewel hij uitsluitend Malagasy sprak had ik de indruk dat ik hem begreep. Soms maken mensen een indruk op je door hoe ze met je omgaan, naar je kijken of vertellen. Deze man had alles en als ik mijn ogen dicht doe zie ik hem weer zitten. Op het zand vlak voor het hotel. Hij leek wel 100 jaar oud.
Met één vinger heb ik het kanaal aangeraakt. Ik moest het doen en was heel blij dat het mijn ochtend gymnastiek over het strand waard was. Ik had een top bui en schoof aan bij het ontbijt met honing van de Baobab.
De rest van de dag was een reisdag net als morgen het geval zal zijn. Mijn enige vermaak was het pesten van onze gids die het al aardig begint door te krijgen en af en toe durft terug te pesten. Dat wordt steeds gezelliger. We rijden over eindeloze wegen door een landschap wat het meest aandoet als Californië. Rode bergen en erg woestijnachtig. De zandweg is inmiddels overgegaan in een weg van asfalt. De huizen zijn minder armetierig en naarmate we verder kwamen werd het koeler. We stijgen. We zitten nu op 1000 meter plus en heb een lange broek en een trui aan. Heerlijk. We zijn weer terug in Antsirabe waar we dag één de nacht hebben doorgebracht.
We sliepen in een prachtig hotel in Morondava gesitueerd aan het Mozambique kanaal, de zee die Madagaskar van Mozambique scheidt. Na een lange tocht hadden we weinig zin om wat te ondernemen anders dan even onze wifi verslaving te bevredigen en de indrukken van de Tsingy te verwerken. We namen afscheid van onze trouwe chauffeur Mr. Zulu en hebben op de lokale markt wat groenten en kaas gescoord voor de lunch van vandaag.
's Ochtends werd Sarah wonder boven wonder wakker met de 5 in de klok! Iets wat in vergelijking tot een boom van misschien wel 1020 jaar oud eigenlijk voor mij nog ongeloofwaardiger is.
Ik moest het Mozambique kanaal aanraken. Op mijn slippers rende ik langs Sarah die inmiddels al aan het genieten was van haar ontbijtje. "Ben zo terug Ot!" riep ik en snelde het strand op. Gescheiden door een hele korte duin rende ik het strand op waar direct een heel oud baasje zat. Op zijn schoot lagen zelfgemaakte miniatuurzeilboten. Prachtig gemaakt. Elk detail had hij verwerkt. Trots liet hij zien hoe hij het had gemaakt en hoewel hij uitsluitend Malagasy sprak had ik de indruk dat ik hem begreep. Soms maken mensen een indruk op je door hoe ze met je omgaan, naar je kijken of vertellen. Deze man had alles en als ik mijn ogen dicht doe zie ik hem weer zitten. Op het zand vlak voor het hotel. Hij leek wel 100 jaar oud.
Met één vinger heb ik het kanaal aangeraakt. Ik moest het doen en was heel blij dat het mijn ochtend gymnastiek over het strand waard was. Ik had een top bui en schoof aan bij het ontbijt met honing van de Baobab.
De rest van de dag was een reisdag net als morgen het geval zal zijn. Mijn enige vermaak was het pesten van onze gids die het al aardig begint door te krijgen en af en toe durft terug te pesten. Dat wordt steeds gezelliger. We rijden over eindeloze wegen door een landschap wat het meest aandoet als Californië. Rode bergen en erg woestijnachtig. De zandweg is inmiddels overgegaan in een weg van asfalt. De huizen zijn minder armetierig en naarmate we verder kwamen werd het koeler. We stijgen. We zitten nu op 1000 meter plus en heb een lange broek en een trui aan. Heerlijk. We zijn weer terug in Antsirabe waar we dag één de nacht hebben doorgebracht.
Persoonlijkheidsupdate
De wens om te reizen is voor mij altijd een levenswens geweest. De honger naar begrip over andere culturen en bijhorende gewoonten. Het zelf beleven van dat wat anderen in woorden uit proberen te drukken, wat ik lees en het zien van dat wat op tv voorbij komt.
We hebben eerder al veel gezien en hebben dit soms ver, soms dichtbij huis gezocht. Reguliere vakanties. De tijd nemen om tot rust te komen van de dagelijkse hectiek. De almaar voortdrijvende noodzaak om te voldoen aan verplichtingen die ik ben aangegaan. Een net gevormd door mijn behoeften naar comfort, zekerheid en ambitie.
Het reizen zelf zie ik niet als een uitvlucht of medicijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik moest uitbreken of op zoek was naar genezing hoewel ik wel merk dat dit nooit beoogd resultaat lijkt te zijn. Het pad voor me is nog lang en er zal nog veel veranderen in mijn kijk op de wereld en het leven. Het is voor mij een voorrecht dit pad samen met mijn lieve vrouw te mogen bewandelen. Samen een nog onbekende transitie door te maken en onze blikken los te maken van de dagelijkse gang van zaken.
We hebben eerder al veel gezien en hebben dit soms ver, soms dichtbij huis gezocht. Reguliere vakanties. De tijd nemen om tot rust te komen van de dagelijkse hectiek. De almaar voortdrijvende noodzaak om te voldoen aan verplichtingen die ik ben aangegaan. Een net gevormd door mijn behoeften naar comfort, zekerheid en ambitie.
Het reizen zelf zie ik niet als een uitvlucht of medicijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik moest uitbreken of op zoek was naar genezing hoewel ik wel merk dat dit nooit beoogd resultaat lijkt te zijn. Het pad voor me is nog lang en er zal nog veel veranderen in mijn kijk op de wereld en het leven. Het is voor mij een voorrecht dit pad samen met mijn lieve vrouw te mogen bewandelen. Samen een nog onbekende transitie door te maken en onze blikken los te maken van de dagelijkse gang van zaken.
Het gevoel van tevredenheid komt nu over me heen. Rust en dankbaarheid voor de kans die we enerzijds hebben gecreëerd en anderzijds hebben gekregen. De westerse rijkdom en faciliteiten nemen we voor lief maar zijn feitelijk een erfenis die ons de mogelijkheid biedt te doen wat wij nu doen.
Ik kijk om me heen en zie mensen zware lichamelijke arbeid verrichten. Ik zie corruptie en bijhorende armoede. Dit land is schatrijk. Goud, olie, ijzer en edelstenen. Niets van dit alles zal eerlijk worden verdeeld of met elkaar worden gedeeld. Het samenwerken of streven naar gedeelde focus leeft hier niet. Corruptie is het vergif dat ambitie neerslaat. Ambitie is voor elite en ik begin dit te begrijpen. Het is het teamverband waarmee wij in het westen opereren dat mij nu de mogelijkheid geeft deze reis te maken en tot dit inzicht te komen. Ongelijke kansen? Absoluut. Maar buitengewoon content met onze westerse instelling. We ruimen steeds meer onze troep op, streven naar hele kostbare verbeteringen en deze bieden echt kansen om op globale schaal vooruitgang te realiseren. Hier snappen ze dat niet. Waarom vandaag doen wat ik morgen nodig heb?
We staan in een wereld met miljarden bovenaan de voedselketen en daar zullen we voorlopig nog wel even blijven. Dit zolang er in de wereld wel eenduidig begrip bestaat over saamhorigheid maar het begrip samenwerking hier alleen maar betekent dat je elkaar uit de modder trekt. Samenwerking betekent hier niet elkaar verder op weg helpen. Bij ons wel.
We staan in een wereld met miljarden bovenaan de voedselketen en daar zullen we voorlopig nog wel even blijven. Dit zolang er in de wereld wel eenduidig begrip bestaat over saamhorigheid maar het begrip samenwerking hier alleen maar betekent dat je elkaar uit de modder trekt. Samenwerking betekent hier niet elkaar verder op weg helpen. Bij ons wel.
Revolutie is de remedie op de kwaal waardoor zaken hier nu zijn verdeeld zoals ze zijn verdeeld. Het zal de eb na vloed zijn. Het vertrouwen in een gezamenlijke visie, naar uitroeiing van graaiers en gezamenlijk vertrouwen in het omzetten van visie naar actie als gelijken, is de oplossing. Revolutie zal het begin zijn van elkaar verder op weg helpen nadat de kar uit de modder is getrokken. Iets wat ik hier voorlopig niet zie gebeuren maar wel iets waar ik op hoop. Iets waarmee niemand ze kan helpen en echt zelf gedaan moet worden.
Ik zie hier kleinschalige doch falende pogingen van westerse organisaties die, al dan niet om politieke redenen, het ontbreken van behoeften en/of interne conflicten op lokale schaal, veranderingen proberen te bewerkstelligen. Ondermijning van eerlijke verdeling, gevoed door het ontbreken van de wens tot verandering en vertrouwen in hen die ze niet kennen, houden de situatie in stand.
Ik kijk om me heen en zie lachende mensen. Ik berust in de situatie en ben hiermee tevreden maar zal de kar altijd verder helpen duwen als dit wordt gevraagd. Daarentegen weiger ik andermans kar te duwen zonder dit samen te doen. Dat is kansloos en hiermee verspilde energie.
Ik zie hier kleinschalige doch falende pogingen van westerse organisaties die, al dan niet om politieke redenen, het ontbreken van behoeften en/of interne conflicten op lokale schaal, veranderingen proberen te bewerkstelligen. Ondermijning van eerlijke verdeling, gevoed door het ontbreken van de wens tot verandering en vertrouwen in hen die ze niet kennen, houden de situatie in stand.
Ik kijk om me heen en zie lachende mensen. Ik berust in de situatie en ben hiermee tevreden maar zal de kar altijd verder helpen duwen als dit wordt gevraagd. Daarentegen weiger ik andermans kar te duwen zonder dit samen te doen. Dat is kansloos en hiermee verspilde energie.
Mijn persoonlijkheid is geüpdate. Harder misschien, dankbaarder, trotser en berustender zeker. Geef me je hand en ik zal deze schudden. Ik geef je een hand en je mag deze schudden. Het is mij om het even.
It grows on you
Ik begin er lekker in te komen hoor...
Nog niet eerder duurde het zo lang voor ik een beetje kon wennen aan een land. Peru is denk ik het land waarbij ik het meest moeite had met mezelf aanpassen aan de verschillen. Daar was het voor mij voornamelijk het gebrek aan de lach terug en de taalbarrière (Spaans). Hier is het toch meer de armoede en dat wat wij zijn voor deze mensen. Vessa!
Ze spreken hier bijna allemaal Frans, dat is hun tweede taal. Mijn Frans is niet goed, maar wel veel beter dan mijn Spaans. Mijn NEE is echter in geen enkele taal heel ver ontwikkeld. En dat begint nu goed te komen. De mensen, vooral de kindjes, vragen je letterlijk het hemd van het lijf, en nee is geen nee voor ze (ze rennen zelfs je auto achterna als je wegrijdt, schreeuwend wat ze allemaal van je willen hebben "bonbon" snoep of "plastic" lege flessen.).
Zeker mijn veel te vriendelijke nee verstaan ze niet. Onduidelijk, te beleefd. Ik leer steeds beter mijn zinnen kort te maken en NON! te zeggen terwijl ik ze kort en strak aankijk.
Ze zijn hier vrij passief maar wel heel expressief. Daar ben ik erg gevoelig voor, met het gevaar dat je dingen gaat invullen voor anderen, incorrect wel te verstaan.
Ik kap er dan ook mee en ga helemaal terug naar standje CHILL, maak mijn wereld klein en reageer wanneer ik daar behoefte aan heb, maar negeer ook veel.
Minder moeite heb ik met de aanpassing naar basic dingen, zoals de slaapaccomodaties. Als dingen vies lijken op het eerste oog, blijkt dat vaak heel erg mee te vallen als je eenmaal onder het laken kruipt.
We hebben al een rat in de kamer gehad (die rende snel weg toen wij binnen kwamen), maar de volgende dag vonden we een grote keutel naast t bed van een dier dat er de dag daarvoor nog niet lag (en hij was niet van Tobias ;) ). Ook hebben we kakkerlakken, een huge ass spin (tering hey, die was echt mega) en verscheidene andere insecten in onze kamer aangetroffen. Geen wonder, je zit in de rimboe, vaak in een dorp dat zo in "Groeten uit de Rimboe" kan, en je hebt geen ramen in je onderkomentje.
Alles wat je nodig hebt is een muggennet. En als die er niet hangt, hangen we onze eigen op. Muggen zijn mijn vijand, maar zelfs die kleine aasgieren gaan wennen. Deet, mijn huid krijgt volgend jaar nog ontwenningsverschijnselen als ik stop met smeren!
Het is bloedheet en geen airco, je mag al blij zijn als je een wcbril hebt of überhaupt een toilet dat je kunt doorspoelen. Vaak hebben we ook geen ventilator. Dus zo stil mogelijk blijven liggen en hard zweten, geen lepeltje lepeltje voor deze newly weds... Sauna op je ass. Ze kennen dit begrip, sauna, hier overigens niet. We moesten ze uitleggen wat wij gekke westerlingen een sauna noemen.
Mijn lastige toilet attitude heb ik ook al snel afgeleerd, pap mam, ik kan voortaan naar regio's met sta-toilletten hoor!
Er was hier een toilet in het bos bij een instantie waar we moesten inschrijven voor hikes, en ik moest daar plassen. Een houten huisje, boven een gat in de grond, althans; houten planken... Nou ik stond daar met de vingers crossed: als die boel maar niet inzakt!!! Dan lig ik in een HELE grote berg shit G! Haha. Ik was binnen enkele seconden klaar en dacht: voortaan achter een boom denk!
Stank kan ik ondertussen dus ook handelen, je moet wel hier! Zo veel stinkende dingen en plekken! Inclusief wij zelf af en toe haha.
De wegen zijn vaak alleen begaanbaar met een 4x4, bumpy road! Ze zeiden vooraf dat je in slaap valt op zo'n weg, dat leek onvoorstelbaar. Maar warempel het is waar! Als een baby! Je wordt zo geschud als een baby, dus gaat echt knock out. En dat voor twee mensies die niet eens kunnen slapen in een vliegtuig!
Als je dan aankomt ben je zelf ook een neger van al het zand dat op je zit en onderweg door de arko (alle ramen kunnen open) op je is beland.
Onze Madagascar kleren zijn nooit meer schoon te krijgen denk ik haha. We hebben ieder een tas van 18-19 kg, maar dragen zo veel mogelijk hetzelfde... We wassen in de wasbak, met shampoo, als we water hebben en dat volstaat voor de geur prima, maar de bruine plekken van het zand worden alleen minder, ze verdwijnen niet.
Ze moeten wel denken... Rare mensen die Hollanders met hun huge ass backpacks...
Het eten is goed, lekker rijst of gebakken aardappelen en groenten voor mij. Tobias vooral zebu en kip, maar dan vers, meestal gewoon die ochtend gevangen en geslacht. Ik ben de lastige, want niet overal zijn groentes, maar wel rijst en beesten. Ze maken het eten op hun vuurtje, in hun pannetje, dat ze wassen in hun water. Diarree, zou je verwachten. Maar dat heb je eerder van het voer bij de hotels en duurdere locaties. Heel apart!
Ze vijzelen gember en knoflook en flikkeren dat overal door, lekker man!
Verder is Madagascar het land van mura mura, rustig aan. Dus laat je Europese gehaastheid en verwachtingspatronen los en RELAX, dan komt alles vanzelf goed. Het komt wat langzaam op gang, maar nu de trein eenmaal loopt begin ik echt te genieten.
Geen make up, wel een bruine kop en hier en daar een puistje. Tja, dat krijg je van dat eten en die viezigheid en zonnebrand op je kop de hele dag.
Elke ochtend word ik tegen een uur of 05.10 uur wakker, dat is gaan wennen door de hanen die me dagelijks wekten, maar ook de wekker vroeg voor hikes etc. Daardoor liggen we elke dag voor 22 uur al knock out (en dat is al laat voor ons!). Ik ben zowaar uitgeslapen als ik om half zeven aan het ontbijt zit. Mja, dit stukje is geschreven door mij, Sarah Maria de langslaper Kouwe, echt waar! Hij gaat lekker!
En nu weer een lange rij dag, over normale wegen gelukkig. We moeten vandaag 560 km afleggen, en we hebben Arctic Monkeys opstaan (alle albums achter elkaar hoppa)! Dat diggen ze gewoon! Ze houden hier wel van up-tempo muziek met gitaren. Nou ik ben content!
Wind door mijn haren, een veranderend landschap met bergen en valleien. Overal dorpjes van brakke hutjes en veel Madagascar mensies en kinderen die je bananen willen verkopen enzo.
Maar vooral die mura mura instelling. Wagenziek pilletje erin, beetje dit verhaal tikken op mijn iPhone. En een dalende temperatuur naar gelang we noordelijker komen. Me like! Alhoewel het nu wel warm is hoor... Vanavond niet, dan kan ik lekker een trui aan. Raar hè, dat ik daarnaar uitkijk?! Ben zelfs beetje jaloers op het missen van de herfstgeuren in Nederland dit jaar, het wisselen van de seizoenen. Ik hou ervan. Een jaar geen wisseling van seizoenen, maar uitkijken naar gebieden waar ik mijn trui aan kan. Rare gewaarwording, maar ik voel dat nou eenmaal echt. Zonder te klagen overigens! Een jaar zomer is ook best chillend haha.
Het enige dat niet went is de dieren die voedsel zijn, als ik opeens een kip aan zijn poten opgetild zie worden, wend ik snel mijn blik af. Dat blijft toch moeilijk voor me en dat zal het ook altijd blijven. Ook al begrijp ik het wel hoor. Hier lopen ze tenminste overal vrij rond ipv in die verschrikkelijke stallen en hokken bij ons.
Hoe dan ook, ik kan nu zeggen dat de cultuurschok over is en dat ik me vermaak. Nog 10 dagen te gaan en ik heb er zin in!
Nog veel nationale parken en dus dieren in hun natuurlijke omgeving. De dieren zijn nieuwsgierig en niet bang, zo gaaf. Ik vind dat toch altijd het leukste waar ik ook kom: dieren en natuur. Nou dat zit wel goed in Madagascar!!!
Dit is duidelijk niet alleen het begin van een reis door de wereld, maar net zo intens een reis door de psyche.
Loslaten. We proberen zo veel te maken, dat we vergeten te genieten van wat is. Gefixeerd op dat wat we denken nog nodig te hebben, waardoor we vergeten te genieten van al dat we reeds hebben.
Rijkdom is niet te meten in dat wat we onszelf toe-eigenen, het is de mate waarin we kunnen genieten van wat we zijn en hebben.
De kracht van in het NU leven, daar ligt denk ik de werkelijke sleutel tot geluk. Hoe kunnen we geluk vergaren als we nooit op het punt komen dat we werkelijk gelukkig kunnen ZIJN?
Je dromen leven, zonder ze in te kleuren. Ze in je dagelijkse werkelijkheid gestalte laten krijgen en ze in het moment beleven ipv ze vooraf uit te tekenen. Je zou teleurgesteld kunnen zijn als ze er anders uit zien dan je gewild of gehoopt had. En dat terwijl ze zich misschien nog wel vele malen mooier zullen manifesteren dat je vooraf had kunnen bedenken!!
Je kunt klagen, maar je kunt ook handelen, durf een individu te zijn, juist daarin zijn we allemaal gelijk.
Zijn het niet de diepste dalen die later vanaf de met bloed en tranen getemde berg de mooiste vergezichten vormen?
Verwachting is de grootste vijand van het pure geluk. Durf te vertrouwen dat het leven ook voor jou meer schoonheid in petto heeft dan je had durven verwachten.
De sleutel ligt erin het je te laten overkomen en de middelen die je ter beschikking hebt als gereedschap te laten dienen ipv ze tot je doel te maken.
Loslaten en zonder te herscheppen, opnieuw laten ontstaan. Het leven laat zich niet vormen, het vormt ons, en dat is een hele bijzondere ervaring! Als je het durft te ondergaan....
Kom Terug
Voor we weg gingen heeft Mahres voor ons een mix van nummers gemaakt. Die luisteren we erg veel.
Er is 1 nummer dat er heel erg uit springt. Spinvis - Kom Terug.
Ik moet je zeggen ik heb HE-LE-MAAL niks met Spinvis, maar had Mahres beloofd alles en kans te geven. Zo ook dit liedje.
Het raakte me meteen en raakt me elke keer opnieuw tot het bot. Als ik het in de auto op mijn koptelefoon luister zit ik heel hard de tranen weg te slikken. En Tobias heeft precies hetzelfde. De tekst is zo ontzettend toepasselijk en fantastisch mooi. In elke zin vind ik haar eigen waarheid, mijn eigen waarheid.
Ik wil het graag met jullie delen.
Ik denk dat dit het nummer van de reis wordt voor mij.
En ik beloof jullie: WE KOMEN TERUG!
Spinvis - Kom Terug
Gooi een steen na de dag,
zo ver als je kunt.
Spoel het zout van je huid.
Doof het vuur.
Volg het spoor wat er ligt.
Zoek niet wat er nooit meer is.
Was het zand uit je haar.
Geef een naam aan ieder jaar.
Drink de tranen van je hand,
zwijg ervan.
Erf de ogen van je kind,
kijk er door.
Koester je geheime hart,
tot het eind.
Reis ver, drink wijn, denk na,
Lach hard, duik diep,
Kom terug.
Droom een boot in de zon,
geef hem zeilen en wind.
Kus een droevige mond,
heel zacht,
voor de dag begint.
Bewaar een steen in je tas,
uit het land waar je sliep,
waar je de wonden op liep,
waar het koninkrijk verging.
Haal de parels uit de zee,
geef ze weg.
Vecht met alles wat je hebt,
verlies het goed.
wacht dan tot het lichter word,
je hebt de tijd.
Reis ver, drink wijn, denk na,
lach hard, duik diep,
kom terug.
Reis ver, drink wijn, denk na,
lach hard, duik diep,
kom terug.
Reis ver, drink wijn, denk na,
lach hard, duik diep,
kom terug.
Lach hard, duik diep,
kom terug.
Lach hard, duik diep,
kom terug.
Hier kun je het liedje luisteren
Er is 1 nummer dat er heel erg uit springt. Spinvis - Kom Terug.
Ik moet je zeggen ik heb HE-LE-MAAL niks met Spinvis, maar had Mahres beloofd alles en kans te geven. Zo ook dit liedje.
Het raakte me meteen en raakt me elke keer opnieuw tot het bot. Als ik het in de auto op mijn koptelefoon luister zit ik heel hard de tranen weg te slikken. En Tobias heeft precies hetzelfde. De tekst is zo ontzettend toepasselijk en fantastisch mooi. In elke zin vind ik haar eigen waarheid, mijn eigen waarheid.
Ik wil het graag met jullie delen.
Ik denk dat dit het nummer van de reis wordt voor mij.
En ik beloof jullie: WE KOMEN TERUG!
Spinvis - Kom Terug
Gooi een steen na de dag,
zo ver als je kunt.
Spoel het zout van je huid.
Doof het vuur.
Volg het spoor wat er ligt.
Zoek niet wat er nooit meer is.
Was het zand uit je haar.
Geef een naam aan ieder jaar.
Drink de tranen van je hand,
zwijg ervan.
Erf de ogen van je kind,
kijk er door.
Koester je geheime hart,
tot het eind.
Reis ver, drink wijn, denk na,
Lach hard, duik diep,
Kom terug.
Droom een boot in de zon,
geef hem zeilen en wind.
Kus een droevige mond,
heel zacht,
voor de dag begint.
Bewaar een steen in je tas,
uit het land waar je sliep,
waar je de wonden op liep,
waar het koninkrijk verging.
Haal de parels uit de zee,
geef ze weg.
Vecht met alles wat je hebt,
verlies het goed.
wacht dan tot het lichter word,
je hebt de tijd.
Reis ver, drink wijn, denk na,
lach hard, duik diep,
kom terug.
Reis ver, drink wijn, denk na,
lach hard, duik diep,
kom terug.
Reis ver, drink wijn, denk na,
lach hard, duik diep,
kom terug.
Lach hard, duik diep,
kom terug.
Lach hard, duik diep,
kom terug.
Hier kun je het liedje luisteren
woensdag 25 september 2013
Op onze teentjes
Pot jan dikkie wat is het lekker om met je kont even niet meer in de kano te hoeven zitten. Onze reet was zo dood als een Egyptische farao. Dat wil zeggen: Hoewel dood nog in perfecte conditie.
De kano uit en de Zebukar in. Een Zebu is een soort kruising tussen een koe en een waterbuffel. Eigenlijk een koe met een hoge bult op z'n rug. Het pad was onverhard. Een zandpad met hele diepe kuilen. De Zebukar werd bestuurd door een drijver en we hadden ieder een eigen kar. "Ati" Riep de menner tegen de Zebu wat "deze kant op" betekent.
Op een kwart van de tocht trok Sarah de lucht van haar menner niet langer en dat terwijl een Zebu zelf nou ook niet naar bloemetjes ruikt. Kan je nagaan. Wisselen dus. Sarah in mijn kar en ik achter de stinkende Zebukarmenner. Het zal wel komen omdat ik eigenlijk zelf al een tijdje niet gedoucht had maar ik had nergens last van. Lekker hoog op Sarah's Backpack en vooral de neus hoog in de wind.
We kwamen aan in een dorp. Geen stromend water, geen stroom. Niks eigenlijk. Duizend mensen in rieten hutjes, een kerk en een voetbalveld. Het voelde als het paradijs. Eindelijk lekker afspoelen met water uit een emmer en even relaxen op een bed.
De volgende ochtend stond onze chauffeur al klaar. Zulu die ik a snel had omgedoopt tot Mr. Zulu. De auto in en daar gaf Sarah direct het Zebu commando "Ati". Het ijs was meteen gebroken. Wat een heerlijke vent was die Mr. Zulu. Sprak miserabel Engels maar dat gaf niets. We begrepen elkaar... Denk ik... Hij reageerde in ieder geval op het commando en daar kwam de wagen in beweging verder over het zandpad.
We reden de hele dag over de stoffige weg en zijn twee pondjes over gegaan. Dat alleen al is een hele belevenis. Alles gaat op de boot. Helemaal afgeladen en bijna een wonder dat die dingen bleven drijven. Je hebt ook echt een 4X4 nodig. Met een huurauto deze roeten afleggen? Vergeet het maar!
We waren onderweg naar de Tsingy. Een natuurlijk wereldwonder wat bestaat uit pinakels van kalksteen. Regenwater heeft het zachtere gesteente weggespoeld en het verschuiven van de aardplaten over miljoenen jaren hebben het gesteente uit elkaar gedreven als een egel die zijn stekels opzet. Hierdoor is de Tsingy ontstaan. Uniek op onze wereld. Tsingy betekent lopen op je tenen. Eigenlijk hebben alle plaatsaanduidingen hier een hele logische betekenis zoals "rivier met krokodillen" of "land van rode grond". Lekker simpel houden. Daar zijn ze dol op.
Waarom dan "lopen op je tenen"? Nou om de volgende reden: De Tsingy is zo'n 20 a 30 meter hoog en bestaat uit vlijmscherpe rotsen. Als je tussen de scherpe punten wil lopen moet je dus, zonder wandelschoenen, op je tenen lopen. Lekker simpel. Ik hou d'r van...
We hadden twee volle dagen en we gingen hiken! Eindelijk lekker actief doen. We hebben de dagen dan ook helemaal volgeboekt. De eerste dag stond de "Kleine Tsingy" of het programma en de tweede dag de "Grote Tsingy". Het gaat hier niet om het formaat van het gebied maar om het formaat van de pinakels. De kleine Tsingy is als Haaientanden en de grote Tsingy als speerpunten. Vandaar de naam.
Onze gids, Narcis, verslijt twee paar bergschoenen in één seizoen. Ik doe daar ruim tien jaar mee. Narcis was een verhalenverteller. Hij sprak honderduit en had op al onze vragen een antwoord. De kleine Tsingy tour nam ons mee over de rivier en via een aangelegd wandelpad de Tsingy op. Je moet je voorstellen dat de Tsingy als een rotsblok is dat zo uit het bos haar stekels direct de hoogte in doet steken. Een pad is er dus niet. Met dikke schroeven zitten rotsblokken met bouten verankerd in de wand waardoor het pad zich als het ware via een aangelegde trap door de Tsingy een weg naar boven baant. Onderweg wederom Lemuren gespot. Wat een meester beesten zijn dat toch. Mag ze geen apen noemen maar daar hebben ze nou eenmaal het meesten van weg.
Na 7 uur hiken door de kleine Tsingy voldaan en vroeg naar bed want de volgende ochtend stond de grote Tsingy op het programma.
Om bij de Tsingy te komen moesten we een uur rijden. Wederom in onze 4x4 met Mr. Zulu vol gas over het zandpad. Dit keer kregen we een klimharnas om waarmee we ons middels karabijnen moesten zekeren. Onderweg werden we, kijkend vanuit de auto, begroet door een bamboe lemuur. We hadden wederom "heel veel geluk" dat we deze zagen want ze laten zich maar moeilijk spotten.
Onze gids voor deze tour, Narcis, heeft een vlinder ontdekt. Nog niet erkend door specialisten en dus naamloos. Zo beweert Narcis in ieder geval. Omdat deze vlinder geen naam heeft heeft hij er zelf een voor ze verzonnen. De "Dry Leaf Butterfly". Een wonderbaarlijk beestje moet ik zeggen. Een vlinder vermomd als blad. Heeft zelfs niet de vorm van een vlinder. We hebben een filmpje gemaakt en ik zal deze uploaden. Zal leuk zijn als het echt een onbekende soort is maar ik betwijfel het.
De karabijnen waren nodig. Het was een pad lijnrecht omhoog en vallen was echt geen optie. Het harnas maakte het ook een stuk spannender en deze dag was nog beter dan de eerste. We gingen door grotten, spelonken en dicht begroeide bossen. Tijdens de lunch kwam er een Mangoest aanwandelen. Alsof het een toerist was. Totaal niet bang of verlegen. Kwam echt even what's up zeggen en liep vervolgens langs ons en vervolgde zijn weg over ons pad.
De Tsingy heeft mij het meest geraakt. Haar dieren, verhalen, aanblik en vergezichten zijn onvergetelijk. Mijn beschrijvingen zijn veel te kort en onvolledig. De weg naar de Tsingy is lang maar zo de moeite waard. Een wereldwondertje wat het bezoek aan dit eiland de moeite waard maakt. Het hoort in het rijtje van zeeën, bergen, bossen en woestijnen thuis maar door haar zeldzaamheid, ligging en afmeting verschoven naar een misschien minderwaardige positie. Nooit had ik dit willen missen en ik zal vertellen dat ze er is en gezien wil worden. Hier op Madagaskar.
Tsiribihina
De weg van Antsirabe naar Miandrivazo werd steeds slechter. Asfalt dat wel maar hoe dichter we bij Miandrivazo kwamen maakten het asfalt plaats voor de rode grond onder het asfalt. Diepe kuilen die volgens Lova (de gids) om politieke redenen niet wordt hersteld. Tijdens verkiezingen is dit een onderwerp waar punten mee gescoord kunnen worden dus tijdens ambtstermijnen doen ze niets aan de weg om dit punt vier jaar later weer op de agenda te kunnen zetten.
In Miandrivazo werden enkele bureaucratische handelingen uitgevoerd. Onze paspoorten zijn voorzien van een chip. Deze kan je scannen en dan hebben ze zo alle gegevens. Super handig. Jammer alleen dat hun typemachine niet was uitgerust met een USB-poort. Alles werd dus handmatig overgenomen. Ik herinner me typemachines van vroeger maar deze kon zo in een museum. We hoorden zo'n klein halfuurtje de typemachine onophoudelijk ratelen waarna de documenten in vijfvoud ondertekend moesten worden en werden voorzien van heel indrukwekkende stempels.
We hadden een bungalow met stroom en water. Nu ik dit schrijf is het alweer 3 nachten geleden dat we stromend water hadden of stroom. In retroperspectief nog redelijk luxe dus maar dat ervoeren we op dat moment niet als zodanig. Na het eten werden we door een zeer vriendelijke rat welkom geheten in de bungalow. Sarah hield nog even de deur voor de rat open zodat deze een redelijk eenzijdig spelletje kon gaan spelen met de kat des huizes die al voor de deur zat te wachten.
We hadden de chauffeur gedag gezegd omdat we de auto gingen ruilen voor een kano. Drie dagen, twee nachten, kamperen en varen op de Tsiribihina rivier. Het was belangrijk om op tijd te vertrekken omdat de wind tegen het vallen van de avond zo krachtig is dat de kano tegen de stroom in terug zal worden geblazen. De wekker ging niet af die ochtend waardoor we enorm moesten opschieten. Hoewel de gids deed alsof het geen probleem was deed zijn mimiek een ander verhaal. Stres.
Met een vet gare Peugeot uit de jaren '60 of '70 waarvan de ramen er niet meer inzaten, de draden onder het dashboard vandaan kwamen en de stuurkolom schuurde tegen het gaspedaal gingen we op pad. Er zat wel een DVD-speler in. Natuurlijk... Wat moet je anders doen onder het rijden?
Aangekomen bij de rivier werden we begroet door een legioen aan kinderen die allemaal, doch zeer beleefd, vroegen om snoep, pennen, lege flessen en ballonnen. Ze recyclen hier niets. Alles wordt hergebruikt. In de lege flessen gaat honing en als de fles daar te gaar voor wordt ruien ze de honing voor benzine. Als dit vervolgens ook echt niet meer gaat verdwijnt de fles op de brandstapel.
De kano was er een gehouwen uit een boomstam en werd bestuurd door de bootsman, Remy, en zijn assistent, Francis. Twee ontzettend sterke gasten die dag in dag uit de rivier op en af kanoën. Twee dagen heen, 5 dagen terug.
Het is winter hier. Dat wil zeggen dat het het droge seizoen is. De temperaturen daarentegen zijn hoog. Erg hoog en de zon is extra krachtig vanwege de weerspiegeling op de rivier. De zonnebrandcrème van Kim hebben we heilig verklaard want we zijn niet verbrand. Wel behoorlijk gebruind maar helemaal niet verbrand. Top spul dus!
Omdat het zo droog is stond de rivier heel laag. Naast kano's gaan er ook motorboten de rivier af. Volgeladen met mensen en hun spullen. Al na zo'n vijfhonderd meter zagen we boten vastlopen op zandbanken. Iedereen de boot uit en duwen tot de boot weer los kwam. Nou wij blij dat we in een kano zaten. Na vijftig meter daarentegen moesten ook wij de kano uit om deze los te trekken.
De rivier is heilig. Logisch want het is gortdroog hier. Alles gebeurt dus op en om de rivier. Het dient als drinkwater, rioolwater, voor het vissen en voor de gewassen. Tientallen dorpjes liggen langs de rivier en overal zijn mensen. Verspreid weliswaar maar toch. Ook zitten er krokodillen in de rivier.
Het varen was eerlijk gezegd een beetje saai. 's Ochtends een paar uurtjes was prima maar daarna duurde het gewoon te lang. We werden behandeld als kleine poezelige Europeaantjes die natuurlijk volledig in de watten gelegd moeten worden. Mensen hebben hier gewoon heel erg weinig en de lunch werd voor ons geserveerd op een kleedje, luxe bordjes met bijpassend bestek en gekoelde drankjes (allemaal meegenomen in de kano!) tussen de dorpelingen die het eten van je bord keken. We hebben de helft weggegeven wat we niet zo handig deden. Sarah had een bord opgemaakt alsof t rechtstreeks uit een sterrenrestaurant kwam en ik gaf het aan een kindje. Binnen drie tellen was het hele bord leeg gegraaid en lag de helft op de grond (And... It's gone). Nou dat doen we dus niet meer zo. Gewoon uit de pan past hier veel beter en je geeft het aan de grootste of oudste die je kan vinden zodat er volgens de pikorde gegeten kan worden.
Niets mogen doen is vrij lastig voor ons. Het is echt een overgave. We mochten niet helpen met koken of wat dan ook. Alles werd voor ons gedaan. Als je een klein kuchje liet horen of je krabde omdat je jeuk had werd er direct gevraagd of het wel goed met je ging. "No sir, I think I have a little bit of Malaria"...
Op een gegeven moment kregen ze door dat we dat niet zo chill vonden dus lieten ze ons een aardappel schillen en onze eigen tent opzetten. Daar hield het ook echt mee op. Het ergste is ook dat als je wordt behandeld als een hulpeloos blank baby'tje je jezelf ook zo gaat gedragen. Je denkt bijna niet meer zelf na omdat het gewoon geen zin heeft. Jezelf overgeven aan de situatie is het beste want anders geniet je niet meer. Gewoon op je kussentje in de kano gaan zitten en foto's maken, zoals het hoort...
De rivier bevat naast vis dus ook krokodillen. En die hebben we gezien. Twee keer. De krokodillen schuilen voor mensen want dat zijn hun enige vijanden. We hadden volgens de gids dan ook veel geluk dat we ze hebben gezien. Of dat laatste waar is weet ik eerlijk gezegd niet zeker. Het is onze ervaring dat we opvallend veel geluk hebben tijdens excursies waar dan ook op de wereld. Het voelde in ieder geval goed en we hebben ze gezien. Daar gaat het om.
Naast krokodillen hebben we hoor het eerst de Lemuur gezien. Een aapachtig beestje (is geen aap!) en zeker de grootste reden om Madagaskar aan te doen. Ze komen alleen op Madagaskar voor en zijn, zoals veel flora en fauna hier, een genetisch unicum in stand gehouden door het verschuiven van de aardplaten miljoenen jaren geleden. Afrika, Zuid-Amerika, Madagskar en India zaten aan elkaar vast en zijn uit elkaar gedreven. Omdat Madagaskar hierbij geïsoleerd is geraakt zijn er wonder boven wonder nauwelijks diersoorten tot grote jagers, zoals katachtigen, geëvolueerd. Hiermee heeft de Lemuur relatief weinig vijanden hier en zijn ze niet verzwolgen door de tanden van "echt" Afrika.
Het kanoën over de rivier was, hoewel wat lang en passief, al met al een leuke manier om een vrij grote afstand af te leggen. Het alternatief is namelijk twee dagen in een 4x4 over een stoffige zandweg. We waren namelijk op weg naar onze volgende bestemming. De Tsingy.
18 september 2013
Toen we van het midden van Madagascar naar het westen reden
hebben we vanuit de auto veel geobserveerd, dit inspireerde me het jullie als
een kort verhaaltje te vertellen ipv als een opsomming van waarnemingen. De
namen zijn allemaal namen die we tegen zijn gekomen, de woorden zijn soms
Madagasy (gespeld zoals ze voor ons klinken) en het meisje met het roze jurkje
zag ik langs de weg rennen, de druppel inspiratie die me (ondanks mijn
wagenziekte) in de auto mijn laptop liet pakken om dit korte verhaaltje te
schrijven.
*********************************************************************************
Madagascar is dan wel het land van de Mura Mura, Lala hield toch
de pas erin, ze wist dat ze voor donker thuis moest zijn wilde ze nog wat
kunnen eten. Haar familie is groot en ze hebben weinig eten. Mama zou alles
verdelen, maar de pan zouden zij en de andere akiizi met hun vingers
uitlepelen.
De grond is droog, heel droog, en rood bruin gekleurd. Hier
en daar groeit wat dor, naar zand gekleurd
gras en afgezien van de in de terrassen, die als landbouwgrond dienden
voor de families uit de regio, is nergens echt groen te bekennen. Af en toe komt
ze een boom tegen met hangende groene bladeren. De lucht is al net zo droog en
warm en ruikt naar zand en rook, van de nasmeulende aarde die zojuist weer was
platgebrand. De gras wordt gebruikt om de Zebu te voeden en daarna branden ze
de laatste sprieten weg, zodat het nieuwe gras groener terug komt.
Op plastic slippers stapt Lala door, de mand op haar hoofd vol
gespleten naaldhout (dat ze net gekocht heeft in een dorp verderop) is zwaar,
maar Lala is gewend zware manden op haar hoofd te vervoeren. Dada gebruikt het
naaldhout om gemakkelijk een vuur te creëren, zodat mama erop kan koken en het vlees kan roken en
drogen om te bewaren.
Lala tuurt naar de brandende zon, ze weet dat ze nog
ongeveer een uur de tijd heeft. In gedachten verzonken schrikt ze op van
getoeter. Een auto raast scheerlings langs haar heen. Ze stapt opzij en ziet de
witte huid van de vessa door het raam. Toeristen. Een paar keer per dag ziet ze
wagens passeren vol (rijke) Madagascar tourguides en blanke mensen. Haar oudste
broer Lova is vertrokken naar de stad om te studeren. Ooit wil hij ook
tourguide worden. Tot groot ongenoegen van haar vader, die hem liever op hun
land en met de dieren had gezien.
Een windvlaag strijkt langs haar met zand bedekte gezicht,
haar roze jurkje wappert wat in de wind. Ze glimlacht. Een aantal maanden terug
is er een auto gestopt en was er een vessa vrouw uitgestapt. Ze was lijnrecht
op Lala afgelopen en had haar over haar donkere, volledig geklitte haar
gestreken en wat onverstaanbare woorden gesproken. Waarschijnlijk Frans, de taal
van al die toeristen. Een paar woordjes herkende ze, omdat dada de taal een
beetje beheerst en ze hem wel eens wat heeft horen spreken met mensen van
buiten de regio. Lova leert alle talen op school en heeft haar verteld over
landen aan de andere kant van de zee. De zee, iets wat ze nog nooit gezien
heeft en waarschijnlijk ook nooit zal gaan zien.
De vrouw had haar een roze jurkje gegeven, het mooiste, kostbaarste bezit dat ze ooit gehad heeft en misschien wel ooit zal hebben. Lala had haar ogen niet geloofd toen de vrouw haar het geschenk in de handen had gedrukt. Vol ongeloof had Lala de vrouw aangekeken en gemompeld “misaltje madamma”... Omdat ze niet zeker wist of ze deze schat werkelijk de hare mocht noemen, was ze blijven staan tot ze de auto na vertrek van de dame niet meer kon zien. Langer, tot ze zeker wist dat deze ook niet meer terug zou keren. Toen was ze naar huis gesneld om de prachtige jurk aan te trekken.
De vrouw had haar een roze jurkje gegeven, het mooiste, kostbaarste bezit dat ze ooit gehad heeft en misschien wel ooit zal hebben. Lala had haar ogen niet geloofd toen de vrouw haar het geschenk in de handen had gedrukt. Vol ongeloof had Lala de vrouw aangekeken en gemompeld “misaltje madamma”... Omdat ze niet zeker wist of ze deze schat werkelijk de hare mocht noemen, was ze blijven staan tot ze de auto na vertrek van de dame niet meer kon zien. Langer, tot ze zeker wist dat deze ook niet meer terug zou keren. Toen was ze naar huis gesneld om de prachtige jurk aan te trekken.
Lala en haar dadda, mama en broers wonen in een stenen huis
in het mid-westen van Madagascar. Het huis is richting het westen gebouwd, net
als alle andere huizen in de regio. Dat is zodat ze zo lang mogelijk licht hebben.
Houten luikjes, die dienen als deur en ramen, heeft dadda blauw geverfd,
waardoor het huis toch iets opvalt tussen de huisjes van soortgelijke bouw. Elektriciteit
en schoon water is er niet. Veel hebben ze niet, maar ze zijn gelukkig. Haar
dadda is eigenaar van 2 terrassen land , 2 zebu, 4 kippen en een haan en mama
heeft een klein kraampje waar ze probeert de gewassen van het land te verkopen
of te ruilen voor andere producten die ze nodig hebben om te kunnen leven.
Lala heeft toen ze 6 jaar werd haar eigen matras gekregen,
het was oud en heel stoffig en van haar oudste broer geweest, maar dat maakt
Lala niet uit, het is HAAR matras. In de hoek van de kamer op de
bovenverdieping van het huis stopte ze pas met rennen en gooide haar inmiddels
bruingekleurde t-shirt en rok op het matras, deze waren ooit blauw geweest en
nu gescheurd en dezelfde kleur als bijna alles. De kleur van de aarde. De
originele kleur zie je eigenlijk alleen lichtelijk als mama hun kleren heeft
gewassen in de rivier.
Lala trok de mooiste jurk die ze ooit gezien had snel aan. Hij paste haar perfect. De kleur was zo roze als de lychee-aardbeienjam die haar moeder eens per jaar op haar verjaardag maakte. Lala had rondgedraaid in de kamer en haar jurk had rondgezwierd als van een prinses, zoals ze zich altijd had voorgesteld bij de verhalen die haar tante haar wel eens vertelde. Lala heeft nog nooit een tv gezien, maar wel een plaatje van een prinsen, met een jurk.
Ze zou deze jurk nooit meer uittrekken, nooit zal ze het risico lopen dat iemand haar deze kostbaarheid zal ontnemen. Als mama gaat wassen gaat Lala mee en wil ze haar jurk zelf wassen. Dan zal ze de jurk nat aantrekken en aan haar lichaam laten drogen ipv in de struiken of op de grond zoals normaal.
Lala trok de mooiste jurk die ze ooit gezien had snel aan. Hij paste haar perfect. De kleur was zo roze als de lychee-aardbeienjam die haar moeder eens per jaar op haar verjaardag maakte. Lala had rondgedraaid in de kamer en haar jurk had rondgezwierd als van een prinses, zoals ze zich altijd had voorgesteld bij de verhalen die haar tante haar wel eens vertelde. Lala heeft nog nooit een tv gezien, maar wel een plaatje van een prinsen, met een jurk.
Ze zou deze jurk nooit meer uittrekken, nooit zal ze het risico lopen dat iemand haar deze kostbaarheid zal ontnemen. Als mama gaat wassen gaat Lala mee en wil ze haar jurk zelf wassen. Dan zal ze de jurk nat aantrekken en aan haar lichaam laten drogen ipv in de struiken of op de grond zoals normaal.
Opeens voelt Lala een duwtje. Ze kijkt op en ziet haar grote
broer Misa van 12, die voor de zebu zorgt, zoals dat meestal gaat in
Madagascar. De zoons helpen hun vader met de dieren. Het werk op de terrassen is
iets waar Lala als dochter zijnde bij helpt, maar doordat zij de enige dochter is
moeten haar broertjes en broer ook op het land helpen. Behalve Ando, want die
helpt in het dorp ernaast bij het vinden van goud.
Dat doen ze door op de grijze stenen te stampen met
boomstammen, het gruis dat ze daarbij winnen wassen ze en filteren dan het goud
eruit. Een gram levert tussen de 50.000 en 70.000 Ariary op. Een communitie
vindt op een dag tussen de 2 en 3 gram goud. Het is niet gebruikelijk dat een
jongen uit een andere community meehelpt, maar Ando werkt samen met zijn neven
en nichten, en die hebben ze daar veel, dus het is oke.
Misa is Lala’s oudste nog thuiswonende broer en direct haar
lievelings broer. Hij heeft zich toen ze nog heel jong was al over haar
ontfermd en haar als baby, ingewikkeld in doeken, op zijn 4 jarige rug overal
naartoe meegedragen. Dat zie je veel, mama’s hebben het te druk, dus de
kinderen lopen met de kinderen. En dat vond Lala prima.
“La, we eten kip!”, zei hij en riep vervolgens ATY tegen de zebu. Lala’s lach was groot, mmm kip en samen liepen ze nog sneller dan Lala al liep, met hier een daar een ATY richting een Zebu, naar huis.
“La, we eten kip!”, zei hij en riep vervolgens ATY tegen de zebu. Lala’s lach was groot, mmm kip en samen liepen ze nog sneller dan Lala al liep, met hier een daar een ATY richting een Zebu, naar huis.
dinsdag 17 september 2013
Tonga Soea a Malagasi
Welkom in Madagaskar. In ieder geval fonetisch. Dat heb ik vandaag geleerd van onze tour guide. Een ogenschijnlijk begin twintiger welke in werkelijkheid net zo oud is als wij. Na een valste start zijn we in een oase van rust terechtgekomen.
Het hotel waar we verbleven is eigendom van een rijke Madagaskarees of Madagaskaraan.... Ik weet het eerlijk gezegd niet. Laten we het maar op een Malagasi houden. Klinkt een stuk beter. De hoteleigenaar heeft rijke vriendjes die elke zondag de boel in het hotel komen verstieren. Het waren deze jongens die stonden te zeiken in een plantenbak en vechtend het hotel doorgingen. Zoals eerder gezegd vette pech voor ons om zo onze eerste indruk van Madagaskar te moeten verwerken.
Om voldoende centen op zak te hebben werd aangeraden om euro's te wisselen bij de bank ipv te pinnen. De wisselkoers is gunstiger dan de transactiekosten op deze manier. Naar de bank dus. De bank is gelegen op Avenue d'Indipendance. Nog geen vijf minuten wandelen van ons hotel. Omdat onze chauffeur eerder al de locatie had aangewezen en vanaf het punt waar hij dit deed het een eitje leek om daar te komen liepen we vastberaden het hotel uit. Binnen drie minuten waren we helemaal de kluts kwijt. Tana (Antananarivo) is een waar doolhof van straten, steegjes en trappen welke middels kleinschalige markten met elkaar verbonden bleken te zijn. Je ziet dus geen straat, steeg of trap maar alleen een markt. Heel merkwaardig en de reden waarom we al binnen drie minuten geen idee meer hadden waar we moesten zijn. Het zag er zwart van de mensen. Een waar mierennest strekte zich onder ons uit. Je moet weten dat Tana is gebouwd op een aantal heuvels en wij bovenop een heuvel het tafereel onder ons gadesloegen.
"Monsieur, ou est l'Avenue d'Indipendence?" vroegen wij met een onverstaanbaar antwoord en een hoop fysieke richtinggebaren als gevolg. "Merci" waarop we maar liepen naar de kant waarvan het eerste gebaar waarschijnlijk wel de eerste richting aanduidde. Ik kan aardig Frans. Ben geen meester maar ook geen volslagen idioot op dit gebied maar deze mensies zijn simpelweg gewoon niet te verstaan. We hebben het dan ook zeker vijf keer moeten vragen om uiteindelijk aan te komen bij de Bank of Africa. Stampes vol was de bank die bewaakt werd door zwaar bewapende (M60's!) soldaten. Mensen liepen af en aan, alle stoelen waren bezet en er stond een hele dikke rij voor de balie. De portier vroeg wat we kwamen doen waarna deze meteen een andere rol op zich nam en begon te onderhandelen. De koers was volgens Google 2935 Ariary voor 1 euro maar volgens de bank 2710. We waren hier al op voorbereid en het koehandelen begon. We zijn uiteindelijk in het midden uitgekomen waarmee we na het wissel van 400 EURO en het publiekelijk uittellen van ons pas verworven fortuin als miljonair de bank hebben verlaten. Bijna twee volledige Malagasi jaarsalarissen! Een enorm pak geld van biljetten van 10.000.
Hoewel ik me bijna Indiana Jones voelde en het gevoel had dat we nu op zoek konden naar diamanten was Sarah met een rugzak vol biljetten volledig uit haar comfort zone. Taxi in dus! Vanuit de bank in één rechte lijn de auto in.
Onderweg naar het hotel werden we aan de lopende band aangesproken door verkopers. Dit terwijl toen we te voet waren het niet één keer is voorgekomen. Een breed glimlachende verkoper trok een mes die niet onderdeed aan het mes van Crocodile Dundee terwijl ik achter het glas van de taxi vriendelijk zijn glimlach beantwoorde en mijn zakmesje liet zien. Een miezerig klein, conform Nederlandse richtlijnen Buck mes, reed te taxi weer een paar meter verder in de verkeerschaos van Tana.
Zo kwamen we weer terug in het hotel. Met stapels geld die haar waarde eigenlijk geen eer aan deed.
Vandaag (17-9) begon de tour. Om 8.30 meldde zich onze gids Lova (spreek je uit als Loeva). Contractenparade en biljetten schuiven. Zo begon het. En toen... Tana uit. Heerlijk. Weg uit de smog en massa's, massa's mensen. Heerlijk. Frisse lucht en lachende mensen. Het is begonnen.
Na een rit van een dikke drie uur zit ik nu aan een tafeltje in een heel relaxte tuin. Onze tassen staan in de bungalow en de opmerking van de gids dat we hier vandaag nog even kunnen relaxen hebben we ter harte genomen. Het zachte gepraat van de mensen uit aangrenzende straatjes, spelende kinderen en een radio in de verte is wat we nu horen. Er lopen zelfs puppy's in de tuin. Tonga soea a Malagasi!
maandag 16 september 2013
Ga je mee verdwalen? Ik weet de weg!
Zo voelt het nu. Verdwaald, wetend waar we naar op weg zijn. Contradicties die samenvloeien in hun eigen context. Niets zeggend. Ik hou van taal en van schrijven. Ik hou van de kleine nuances die hoewel ogenschijnlijk onbelangrijk lijken grote verschillen maken voor de lezer. Voor het begrip en volledigheid wel te verstaan. Het is als pesten. Het kaartspelletje. De regels maken het spel. Het bepaalt de tactiek. Het boeit. Acht (wacht) op zeven mag niet of juist wel. Het beïnvloed de afloop en verloop van het spel. Het is als woorden. Spelregels over taal vastgelegd in het diepste van ons verstand en desondanks flexibel. In staat om zich aan te passen en te vertalen naar dat wat we gewend zijn en ons al dan niet veilig bij te voelen en hiermee succesvol te zijn.
Het doet me denken aan spreekwoorden. Het letterlijk vertalen van spreekwoorden naar een andere taal is ondoenlijk. Het zijn de nuances die het begrip van de achterliggende boodschap bepalen. Websites vol letterlijke vertalingen vermaken ons en meerdere Twitter accounts geven alleen dit gegeven bestaansrecht. Taal is vermaak en beoordelend. Wanneer men taal niet machtig is zijn we geneigd te vergeven. Zelf na te denken over wat er wordt bedoeld. Te helpen en te vertalen terug naar onze verankering en onze eigen uitingen zelfs te modificeren. Is men de taal machtig en is de boodschap onduidelijk dan begrijpen we elkaar verkeerd. We zijn niet langer in staat om te vergeven. We reageren emotioneel. Dit komt regelmatig voor bij geschreven berichten. We liggen wakker van een verkeerde tonatie welke de schrijver mogelijk nooit geïmpliceerd heeft. Afhankelijk van de ontvanger slaan we dicht en reageren niet, praten naar de mond of reageren fel. Zelden vragen we door in een dergelijke situatie. Het is dit laatste wat mij boeit. Het is dat wat het verschil maakt in ons wezen en/of onze huidige gemoedstoestand. Een misplaatste opmerking midden in een uiteenzetting doet de volledige uiteenzetting teniet. We nemen niets meer op. Een momentopname. Het is taal, begrip en anticipatie wat ons drijft en ons doet handelen. Het is een tactiek als men taal vaardig is. Het kan misleidende charme zijn, doelend op onschuld terwijl boodschappen in werkelijkheid keihard zijn of vleiend. Het is chance. Het is oneerlijk en eerlijk tegelijkertijd.
Ik weet de weg niet maar vind hem telkens. Ik verdwaal niet maar ben altijd op pad naar een onbekende bestemming. Ik hou van taal.
zondag 15 september 2013
Cultuurschok
Vol excitement stond ik op Mauritius Airport te springen om naar Madagascar te gaan. Ik had de laatste rum in een flesje gegoten en er cola bij gedaan. We hadden nog niets gegeten en ik stond de rum al blij soldaat te maken. Binnen een slok of 5 steeg deze me dan ook naar het hoofd en verzuchtte ik tegen Toop "Oh ik ben zo gelukkig! We zijn het gewoon aan het doen en nu gaan we van Mauritius naar Madagascar, wat een heerlijk avontuur...". Ik glimlachte breed en gaf mijn kersverse echtgenoot een dikke kus. Toen liepen we richting douane. Ik wist dat we geen vloeistoffen mee mochten nemen door de bagagecheck, dus dronk nog maar flink van mijn flesje "cola" en had een net even iets te vrolijk gesprek met de douane beambte, die overigens zelf ook heel enthousiast van ons werd. Zeker toen hij onze zeldzame antwoorden op zijn vragen kreeg: "wanneer keert u terug naar Nederland?", "nou euhm, augustus volgend jaar?", mijn glimlach was schandalig groot, en: "bent u begonnen in Mauritius?", "Oui, j'aime plus Maurice! C'est notre premiere destination et c'est le paradis!". "U spreekt Frans!", gevolgd door heel veel snelle Franse woorden die ik slechts met een grote lach en een blik van onbegrip kon beantwoorden. Toop legde hem uit dat we ons redden maar niet heel goed Frans spreken. Hij wenste ons dan ook in het Engels een hele goede wereldreis en we liepen door naar de bagagecheck. Nog snel een paar slokken en toen door.
Bijna 3 uur later landden we in Madagascar, inmiddels met een volle maag en een nuchter hoofd. Het voordeel van een vroege dronk op de nuchtere maag is dat je weinig nodig hebt en dat het heel snel weer weg is als je iets gegeten hebt. Het was immers maar heel weinig, maar goed om aan te geven hoe de dag begon.
Het vliegveld van Antananarivo was gaar, heel gaar. Madagascar staat om nummer 9 van de armste landen ter wereld. In 2001 is er iets flink mis gegaan bij de verkiezingen en sinds dien is het ellende, terwijl de helft van de totale wereldproductie van vanille hier vandaan komt. Gestaag klimt het land nu dan ook weer op, maar ze zijn er nog niet.
Dat was te zien, we reden met de transfer naar ons hotel. Hotel Brajas. Zag er online goed uit en de reviews waren ook top. We reden door de hoofdstad van Madagascar en zagen brakke, half ingestorte huisjes die nog als woning dienen voor hele gezinnen. Afval, kinderen op straat met zijn allen om een jochie met een geit op zijn nek (snel mijn blik afwendend) en armoede, heel veel armoede. Kraampjes die aardappels uitstallen op een kleedje, echt, een kleedje aardappels...
De vrouw van de transfer meneer stapte in, hijgend van het rennen alsof ze het loodje zou leggen. Tobias vroeg nog "you oke?". Toen ze ophield met hijgen, begon ze te hoesten. Zonder hand voor de mond, te hoesten, de hele weg. Ik werd er paranoïde van. We hebben namelijk alle inentingen gehad, behalve die van tuberculose... En dat krijg je van hoestende mensen (ik zie geen verschil tussen hoesten en tbc hoesten weet je, dus hoesten staat voor NOT GOOD). En die zat gewoon bij ons in de auto! NOH!
Langzaam aan begon ik te hopen dat de buurt zou opknappen als we in de buurt van het hotel zouden komen, maar dat bleek niet het geval. We stapten uit de taxi en liepen 20 meter naar het hotel, meteen mensen die ons shit wilden verkopen... In Mauritius valt niemand je lastig, dus ik wist meteen dat dit hele andere koek zou zijn. We hadden nog geen geld gewisseld, dus ik kon oprecht zeggen dat ik niets KON kopen. In het hotel aangekomen stond de muziek in de bar naast de check in balie zo verdomd hard, dat we moesten schreeuwen om in te checken. Het meisje verstond ons niet, en dat was niet omdat we niet hard genoeg schreeuwen, maar omdat ze geen woord Engels sprak. Dan maar Frans schreeuwen...
Ik moet je bekennen dat ik behoorlijk in een cultuurschok zat. Zo'n eerste indruk van een land komt altijd al flink binnen, maar dan ook nog zo je hotel binnenkomen valt niet mee.
Alle mannen aan de bar draaiden hun hoofd en begonnen nog even lekker over de keihard muziek dingen naar me te roepen. Het wereldvreemde iets wat verwarde gevoel dat ik al had ging binnen enkele minuten over naar een angstig, onveilig "waar ben ik beland"-gevoel. We liepen naar onze kamer en in de kamer ploften we direct op het bed neer. Ik kon even helemaal niets meer.
Als gevangene in mijn eigen lichaam en geest was ik als verdoofd door alle indrukken. Naast me zag in een flinke vlek in het sprei op het bed en de badkamer is 1 meter van het bed (de wc dus ook) en dit is niet afgeschermd, ja met een rieten soort gordijntje. Boven ons klonk geschreeuw en gestamp op de vloer, alsof er meerdere mannen stonden te springen. Onder ons klonk de muziek van de bar zo hard door tot de tweede verdieping waarop we ons bevonden dat ik me niet kon voorstellen dat ik hier zonder oordoppen zou kunnen slapen. Je hoort ALLES in dit hotel.
Ik pakte mijn computer er maar eens bij om te kijken wat er nou eigenlijk online over dit hotel geschreven stond. Niets dan lovende reviews over schoon en veilig. HUH?!?! WTF!!!!
Toop zei geheel terecht: "laten we bier gaan drinken en acclimatiseren, dan worden we vast weer relaxt".
Ik zat hoog in mijn ademhaling, als ik niet al vergat te ademen. Warrig keek ik hem aan alsof ik hem wel hoorde, maar niet kon anticiperen op wat er nou eigenlijk allemaal gebeurde. Ik probeerde voor mezelf te formuleren hoe ik me voelde, daar vind ik op de een of andere wijze altijd wel een bepaalde rust in. De woorden die kwamen waren: wereldvreemd, onveilig, bang, introvert, in shock. Ja, ik was volledig in shock. We hebben veel gereisd en ik heb heus wel eens eerder een cultuurshock gehad, maar deze slaat werkelijk alles! En nu moest ik terug, terug naar de grote donkere meneren die Frans met me wilden praten en me wilden aanraken, terug naar de herrie, weg naar de andere kant van het slot op de deur. Ik kon het even niet verwerken. "Kunnen we alles hier wel veilig achterlaten? Ik wil eerst onze kostbaarheden in mijn tas doen en die op slot doen", zei ik tegen Tobias en begon al mijn kleren uit mijn tas te trekken om ruimte te maken voor de camera en laptops. Zo gezegd, zo gedaan. We zijn naar beneden gelopen en naar het restaurant. Mijn keel was kurkdroog en ik durf niet uit de kraan te drinken.
Beneden liepen we naar het restaurant en gingen zitten, mijn wifi werkte niet dus ik liep met mijn iphone stevig in mijn hand geklemd naar de receptie, waar inmiddels een meisje was dat Engels sprak. Ze gaf me het wachtwoord en toen ik terug wilde lopen, kwam er zo'n grote meneer naar me toe en begon tegen me te praten en wilde mijn hand met mijn telefoon pakken. Ik zag ergens wel dat hij misschien een babbeltje wilde maken en het niet slecht bedoelde, maar ik was op dat moment zo ontzettend introvert en angstig dat ik hem alleen met grote verschrikte ogen kon aankijken en met moeite de woorden "non, non, je ne pas compris!" kon uitbrengen. Hij switchte naar Engels maar ik maakte me uit de voeten, bijna omver gelopen door een zwalkende andere man die onwijs dronken de hoek om kwam. Snel terug naar Tobias, met mijn rug richting niks, en mijn ogen op alles gericht, nam ik plaats in een stoel op het terras. "Holy Mother of God!" verzuchtte ik, we voelden ons enorm geïntimideerd.
Ik zat nog geen minuut of ik zag een mug mijn kant op komen, en niet 1, ik zag er meerdere. Dit is malariagebied en ik had nog geen Deet op, dus ik wist... Ik ben banger voor die mug dan voor die gasten, ik moet Deet! De grote meneer stond inmiddels naast Tobias aan onze tafel.
Tobias was een stuk sterker en had wel een masker, dus ging het gesprek aan. De meneer wilde inderdaad gewoon kletsen. Maar hij raakte Tobias daarbij zoveel aan als hij maar kon. Zeer intimiderend zoals gezegd. "Ooooh you're from Amsterdam! You can smoke coke on the street there, I love Amsterdam!". SAY WHAT!!!?!?! Ook dat nog!!! Wat een gast!
"Euhm Toop, vind je het goed als ik ff de Deet ga halen?" vroeg ik, ik wilde hem ook niet zomaar alleen laten, maar die aasgierderige k-muggen begonnen al landingspogingen op mijn armen te doen...
Zo gezegd... Dat dus... Ik liep naar de kamer en onderweg kreeg ik meerdere "bonjour, ça vas, you want a drink?", vriendelijke comments, maar ik deed alsof ik geen woord Frans sprak anders dan BONJOUR en snelde me naar boven. Onderweg zag ik een gast pissen in een plantenbak in het hotel, OMG!!! Wat een smeerkees! Snel de Deet, toch maar even de deur dicht en mezelf insmeren en snel terug naar Tobias, want ik vond het maar niks dat ik hem daar alleen achtergelaten had en ik wist dat hij het maar niks vond dat ik alleen door het hotel liep.
Bijna rennend tussen de gasten, priemende ogen en graaiende handen door kwam ik weer bij mijn stoel. Bier! Veel bier graag! En mijn iphone, zodat ik me ergens op kan richten en eventjes niet hier ben.
Tobias bleef dapper standhouden in het gesprek met de grote meneer en eindelijk, ja eindelijk gingen ze weg. Allemaal. De muziek ging uit en opeens kwamen er toeristen om wat te eten het terras op. De rust keerde terug en ik kon weer normaal ademen.
Zelfs in de bar waren alle gasten weg. De meisjes achter de balie konden weer fatsoenlijk hun werk doen en we bestelden wat te eten.
Uitgebreid bespraken we wat ons zojuist allemaal was overkomen. Nog even met een geruststellend klinkende Talitha gebeld en onze ervaringen op FB gedeeld. Heerlijk gegeten voor 3 euro en veel gedronken, om vervolgens terug naar de kamer te gaan.
In rust zag de kamer er een stuk minder slecht uit, onder het vieze sprei lag een schoon bed en ik voelde me rustig. Mamma gebeld om haar gerust te stellen en even heerlijk gekletst, voor het eerst sinds vertrek. Nu voelen we ons chill, we zijn geacclimatiseerd en ik hoor een man snurken in een van de kamers boven ons. Maar er is geen lawaai meer zoals toen we aankwamen. Die oordoppen denk ik dus niet nodig te hebben. Het bed ligt ook goed, dus ik ben tevreden. Gerust en tevreden, iets wat ik me een paar uur geleden niet eens kon voorstellen.
Morgen heel voorzichtig Antananarivo in, in een straal van 10 minuten lopen rond het hotel. En dan 's avonds lekker hier, zodat we overmorgen aan onze tour kunnen beginnen.
Zucht, wat een ervaring en wat een hoop emoties, in een kort tijdsbestek.
De reis is begonnen, en hoe....
Bijna 3 uur later landden we in Madagascar, inmiddels met een volle maag en een nuchter hoofd. Het voordeel van een vroege dronk op de nuchtere maag is dat je weinig nodig hebt en dat het heel snel weer weg is als je iets gegeten hebt. Het was immers maar heel weinig, maar goed om aan te geven hoe de dag begon.
Het vliegveld van Antananarivo was gaar, heel gaar. Madagascar staat om nummer 9 van de armste landen ter wereld. In 2001 is er iets flink mis gegaan bij de verkiezingen en sinds dien is het ellende, terwijl de helft van de totale wereldproductie van vanille hier vandaan komt. Gestaag klimt het land nu dan ook weer op, maar ze zijn er nog niet.
Dat was te zien, we reden met de transfer naar ons hotel. Hotel Brajas. Zag er online goed uit en de reviews waren ook top. We reden door de hoofdstad van Madagascar en zagen brakke, half ingestorte huisjes die nog als woning dienen voor hele gezinnen. Afval, kinderen op straat met zijn allen om een jochie met een geit op zijn nek (snel mijn blik afwendend) en armoede, heel veel armoede. Kraampjes die aardappels uitstallen op een kleedje, echt, een kleedje aardappels...
De vrouw van de transfer meneer stapte in, hijgend van het rennen alsof ze het loodje zou leggen. Tobias vroeg nog "you oke?". Toen ze ophield met hijgen, begon ze te hoesten. Zonder hand voor de mond, te hoesten, de hele weg. Ik werd er paranoïde van. We hebben namelijk alle inentingen gehad, behalve die van tuberculose... En dat krijg je van hoestende mensen (ik zie geen verschil tussen hoesten en tbc hoesten weet je, dus hoesten staat voor NOT GOOD). En die zat gewoon bij ons in de auto! NOH!
Langzaam aan begon ik te hopen dat de buurt zou opknappen als we in de buurt van het hotel zouden komen, maar dat bleek niet het geval. We stapten uit de taxi en liepen 20 meter naar het hotel, meteen mensen die ons shit wilden verkopen... In Mauritius valt niemand je lastig, dus ik wist meteen dat dit hele andere koek zou zijn. We hadden nog geen geld gewisseld, dus ik kon oprecht zeggen dat ik niets KON kopen. In het hotel aangekomen stond de muziek in de bar naast de check in balie zo verdomd hard, dat we moesten schreeuwen om in te checken. Het meisje verstond ons niet, en dat was niet omdat we niet hard genoeg schreeuwen, maar omdat ze geen woord Engels sprak. Dan maar Frans schreeuwen...
Ik moet je bekennen dat ik behoorlijk in een cultuurschok zat. Zo'n eerste indruk van een land komt altijd al flink binnen, maar dan ook nog zo je hotel binnenkomen valt niet mee.
Alle mannen aan de bar draaiden hun hoofd en begonnen nog even lekker over de keihard muziek dingen naar me te roepen. Het wereldvreemde iets wat verwarde gevoel dat ik al had ging binnen enkele minuten over naar een angstig, onveilig "waar ben ik beland"-gevoel. We liepen naar onze kamer en in de kamer ploften we direct op het bed neer. Ik kon even helemaal niets meer.
Als gevangene in mijn eigen lichaam en geest was ik als verdoofd door alle indrukken. Naast me zag in een flinke vlek in het sprei op het bed en de badkamer is 1 meter van het bed (de wc dus ook) en dit is niet afgeschermd, ja met een rieten soort gordijntje. Boven ons klonk geschreeuw en gestamp op de vloer, alsof er meerdere mannen stonden te springen. Onder ons klonk de muziek van de bar zo hard door tot de tweede verdieping waarop we ons bevonden dat ik me niet kon voorstellen dat ik hier zonder oordoppen zou kunnen slapen. Je hoort ALLES in dit hotel.
Ik pakte mijn computer er maar eens bij om te kijken wat er nou eigenlijk online over dit hotel geschreven stond. Niets dan lovende reviews over schoon en veilig. HUH?!?! WTF!!!!
Toop zei geheel terecht: "laten we bier gaan drinken en acclimatiseren, dan worden we vast weer relaxt".
Ik zat hoog in mijn ademhaling, als ik niet al vergat te ademen. Warrig keek ik hem aan alsof ik hem wel hoorde, maar niet kon anticiperen op wat er nou eigenlijk allemaal gebeurde. Ik probeerde voor mezelf te formuleren hoe ik me voelde, daar vind ik op de een of andere wijze altijd wel een bepaalde rust in. De woorden die kwamen waren: wereldvreemd, onveilig, bang, introvert, in shock. Ja, ik was volledig in shock. We hebben veel gereisd en ik heb heus wel eens eerder een cultuurshock gehad, maar deze slaat werkelijk alles! En nu moest ik terug, terug naar de grote donkere meneren die Frans met me wilden praten en me wilden aanraken, terug naar de herrie, weg naar de andere kant van het slot op de deur. Ik kon het even niet verwerken. "Kunnen we alles hier wel veilig achterlaten? Ik wil eerst onze kostbaarheden in mijn tas doen en die op slot doen", zei ik tegen Tobias en begon al mijn kleren uit mijn tas te trekken om ruimte te maken voor de camera en laptops. Zo gezegd, zo gedaan. We zijn naar beneden gelopen en naar het restaurant. Mijn keel was kurkdroog en ik durf niet uit de kraan te drinken.
Beneden liepen we naar het restaurant en gingen zitten, mijn wifi werkte niet dus ik liep met mijn iphone stevig in mijn hand geklemd naar de receptie, waar inmiddels een meisje was dat Engels sprak. Ze gaf me het wachtwoord en toen ik terug wilde lopen, kwam er zo'n grote meneer naar me toe en begon tegen me te praten en wilde mijn hand met mijn telefoon pakken. Ik zag ergens wel dat hij misschien een babbeltje wilde maken en het niet slecht bedoelde, maar ik was op dat moment zo ontzettend introvert en angstig dat ik hem alleen met grote verschrikte ogen kon aankijken en met moeite de woorden "non, non, je ne pas compris!" kon uitbrengen. Hij switchte naar Engels maar ik maakte me uit de voeten, bijna omver gelopen door een zwalkende andere man die onwijs dronken de hoek om kwam. Snel terug naar Tobias, met mijn rug richting niks, en mijn ogen op alles gericht, nam ik plaats in een stoel op het terras. "Holy Mother of God!" verzuchtte ik, we voelden ons enorm geïntimideerd.
Ik zat nog geen minuut of ik zag een mug mijn kant op komen, en niet 1, ik zag er meerdere. Dit is malariagebied en ik had nog geen Deet op, dus ik wist... Ik ben banger voor die mug dan voor die gasten, ik moet Deet! De grote meneer stond inmiddels naast Tobias aan onze tafel.
Tobias was een stuk sterker en had wel een masker, dus ging het gesprek aan. De meneer wilde inderdaad gewoon kletsen. Maar hij raakte Tobias daarbij zoveel aan als hij maar kon. Zeer intimiderend zoals gezegd. "Ooooh you're from Amsterdam! You can smoke coke on the street there, I love Amsterdam!". SAY WHAT!!!?!?! Ook dat nog!!! Wat een gast!
"Euhm Toop, vind je het goed als ik ff de Deet ga halen?" vroeg ik, ik wilde hem ook niet zomaar alleen laten, maar die aasgierderige k-muggen begonnen al landingspogingen op mijn armen te doen...
Zo gezegd... Dat dus... Ik liep naar de kamer en onderweg kreeg ik meerdere "bonjour, ça vas, you want a drink?", vriendelijke comments, maar ik deed alsof ik geen woord Frans sprak anders dan BONJOUR en snelde me naar boven. Onderweg zag ik een gast pissen in een plantenbak in het hotel, OMG!!! Wat een smeerkees! Snel de Deet, toch maar even de deur dicht en mezelf insmeren en snel terug naar Tobias, want ik vond het maar niks dat ik hem daar alleen achtergelaten had en ik wist dat hij het maar niks vond dat ik alleen door het hotel liep.
Bijna rennend tussen de gasten, priemende ogen en graaiende handen door kwam ik weer bij mijn stoel. Bier! Veel bier graag! En mijn iphone, zodat ik me ergens op kan richten en eventjes niet hier ben.
Tobias bleef dapper standhouden in het gesprek met de grote meneer en eindelijk, ja eindelijk gingen ze weg. Allemaal. De muziek ging uit en opeens kwamen er toeristen om wat te eten het terras op. De rust keerde terug en ik kon weer normaal ademen.
Zelfs in de bar waren alle gasten weg. De meisjes achter de balie konden weer fatsoenlijk hun werk doen en we bestelden wat te eten.
Uitgebreid bespraken we wat ons zojuist allemaal was overkomen. Nog even met een geruststellend klinkende Talitha gebeld en onze ervaringen op FB gedeeld. Heerlijk gegeten voor 3 euro en veel gedronken, om vervolgens terug naar de kamer te gaan.
In rust zag de kamer er een stuk minder slecht uit, onder het vieze sprei lag een schoon bed en ik voelde me rustig. Mamma gebeld om haar gerust te stellen en even heerlijk gekletst, voor het eerst sinds vertrek. Nu voelen we ons chill, we zijn geacclimatiseerd en ik hoor een man snurken in een van de kamers boven ons. Maar er is geen lawaai meer zoals toen we aankwamen. Die oordoppen denk ik dus niet nodig te hebben. Het bed ligt ook goed, dus ik ben tevreden. Gerust en tevreden, iets wat ik me een paar uur geleden niet eens kon voorstellen.
Morgen heel voorzichtig Antananarivo in, in een straal van 10 minuten lopen rond het hotel. En dan 's avonds lekker hier, zodat we overmorgen aan onze tour kunnen beginnen.
Zucht, wat een ervaring en wat een hoop emoties, in een kort tijdsbestek.
De reis is begonnen, en hoe....
Aankomst op Madagaskar
We kwamen aan op Madagaskar en we wisten dat Madagaskar één van de armste landen ter wereld is. Ze staan op de negende plek van armoede. Het gemiddelde inkomen ligt hier op 280 euro per jaar. Als je bedenkt dat Sarah en ik ieder al 4x een jaarinkomen aan contanten alleen al in onze tas hebben zitten dan kun je je voorstellen hoe arm dit land is.
De eerste indrukken kosten altijd een hoop energie en nu in het bijzonder. Er staan kleine huisjes van bakstenen. Het zijn veelal hele kleine boerderijen waar men zich zelf mee in hun levensbehoefte voorziet denk ik. Ook hier weer mutsen en sjaals. Ik herhaal het nog maar een keer... 24 graden... Come on guys...
Alles komt erg armoedig over.
We hebben een tour geboekt. We gaan in drie weken het hele eiland over. Alleen de eerste twee dagen zijn we alleen, in de hoofdstad Antananarivo (Tana).
Een teamlid van de tour kwam ons ophalen. Halverwege stopte hij om even op zijn vrouw te wachten die verder met ons mee reed naar Tana. Zijn vrouw zat non-stop te hoesten in de auto. We hebben alle inentingen gehad behalve TBC. Daar waren we al te laat voor. TBC uit zich met veel hoesten... Vet para dus in de auto en alleen inademen als er lucht uit het raam de auto in werd geblazen.
Na een klein uurtje kwamen we bij het hotel. Brajas. De muziek stond bij de balie echt kei hard. Ik kon de receptioniste niet verstaan. Ze sprak ook zeer gebrekkig Engels en ik spreek hun hoofdtaal, Frans, eveneens gebrekkig. Aan de bar zaten gasten. Beschonken gasten. Dat was duidelijk.
Saar en ik hebben al veel meegemaakt onderweg maar dit was echt even schrikken. Welkom op Madagaskar dachten we. Toen we, nadat we onze tassen hadden gedropt, weer aan de bar kwamen was het hek van de dam. Er stond een vent in een plantenbak te pissen. Ze hebben in dit hotel ook toiletten en de plantenbakken stonden trouwens binnen. Op de 2e etage. Goed bezig jongens... Het is vijf uur 's middags...
Het was intimiderend. Ze waren met een grote groep en ik had sterk de indruk dat het hotel was overgenomen door een bende malafide figuren. Geen kruimeldieven. Het was echt freaky en ik wou dat ik mijn zakmes bij me had. No kidding. Gewoon ronduit eng.
Sarah werd vervelend aangesproken en we werden gadegeslagen. De grootste van het stel kwam mij wat vragen waarna ik een praatje met hem aanknoopte. Hij was zwaar bezopen en vertelde dat Nederland zijn lievelingsland was omdat je daar coke mag roken op straat. Nou... nu heb ik wel een beeld geschetst van de situatie waar we in terecht waren gekomen. Gelukkig was ik snel "vrienden" met die gast waardoor we blijkbaar een bepaalde beschermingsstatus hadden bereikt. Ze vertrokken snel hierna waarna de rust terugkeerde in ons hotel. Het was zichtbaar een opluchting voor het personeel wat niets meer te zeggen had gehad.
Nou... Welkom op Madagaskar. Waarschijnlijk en hopelijk een valse start van een land dat niet zo bekend wil staan.
Het eiland over (en uit)
Eindelijk. We hebben een auto gehuurd. Dan moet ik toch echt even aan mijn collega's denken. Die zitten aan het einde van het zomerseizoen waar weer honderden, zo niet duizenden, mensen vanuit heel Europa in huurauto's terug naar Nederland zijn gezet omdat ze pech hadden. Hoop dat het een top tijd was. Mis jullie niet ;-) Maar denk wel aan jullie!
Nu konden we echt ff in ons eigen tempo het eiland over knallen. En dat hebben we gedaan ook. Op Mauritius rijden ze links. Als tip kregen we van de verhuurder mee om dan ook aan de goede kant van de weg te rijden. "In Europe everyone drives on the wrong side of the road" waarop ik antwoorde "No sir, we drive on the right side". Twee keer waar en een slecht grapje die we waarschijnlijk nog heel veel gaan gebruiken op reis.
We hebben een botanische tuin bezocht. Heel gaaf. Een waar wereldmuseum van planten afkomstig uit alle uithoeken van de wereld. Door de ligging van Mauritius groeit en bloeit hier werkelijk alles. We kozen ervoor om door een schreeuwende gids op sleeptouw te worden genomen. Hierdoor kregen we alle details over de planten mee. Heel interessant. Helaas ben ik, moet ik met bescheiden schaamte toegeven, absoluut niet in staat om zaken over planten te onthouden. Ik ben niet gedesinteresseerd maar sla het gewoon niet op. Heb ook werkelijk geen idee wat we in onze tuin hebben staan. Desondanks hebben we genoten van de botanische tuin. Mooi opgezet en ook hier was een groot aantal vleermuizen. Toch één van de gave beesten hier. Zo enorm groot. Qua lichaam ongeveer vergelijkbaar met een jack russel maar de spanwijdte is enorm en blijft mij, met een kleine meter, onwijs verbazen. Dat het überhaupt de lucht in komt. Een jack russel met vleugels....
Duiken op Mauritius stond absoluut op ons wensenlijstje maar dat is er niet van gekomen. Onhandig gepland of verkeerd geprioriteerd. Het ligt ergens in het midden. Je mag namelijk niet al te kort op je vlucht nog duiken vanwege de drukverschillen en we vonden het zonde om te gaan duiken terwijl we net een huurauto hadden. Kansen zat verder op reis!
We hebben wel heel gaaf kunnen snorkelen. We hadden prima zicht (15 meter) en hebben een trompetvis van bijna twee meter gezien. Hoewel we eerder al veel van deze vissen hebben gezien en ze niet heel bijzonder zijn is een exemplaar van deze afmeting toch echt even het vermelden waard. Wat een monster!
We hebben gegeten in het best gewaardeerde restaurant van Mauritius volgens tripadvisor. The Beach shack. Hier staan oa fantastische broodjes hamburger op het menu. Super lekker en een heel fancy en moderne toko. Beetje loungy.
En dan breekt de laatste dag voor ons aan. Op Mauritius dan. We kozen ervoor om naar de Black River Gorges te gaan. We gingen als ware stadse lui op pad want wat we niet wisten was dat het een hele lange wandeling zal worden. Iets waar we eigenlijk niet van zouden schrikken maar we hadden niet ontbeten, 75cl water bij ons en een zak chips in de auto. Nou daar heb je dus niks aan als je met honger bovenop een berg staat te turen naar je auto die zo'n twee uur verderop geparkeerd staat. Honger en dorst hadden we. Zweet liep langs onze rug en we stonken dan ook een uur in de wind. Nou ja... Ik dan. Saar stinkt natuurlijk nooit.... Dus.
Lekker dom van ons en het is ook nog eens niet de eerste keer dat ons dit overkomt. Voortaan beter voorbereiden en niet meer zo achterlijk slecht voorbereid op pad! De gorges waren wel prachtig. Torenhoge bomen met wortels die als handen en vingers grip leken te houden in de aarde. We hebben ook eindelijk parkieten gezien. Of eigenlijk valkparkieten denk ik. We zijn de hele wereld al over geweest maar nog nooit hebben we papegaaien of parkieten in het wild gezien. Nou die kan ook van t lijstje.
We kozen ervoor om de laatste avond in ons appartement te eten. Zo konden we de tas alvast rustig inpakken en even wat mails lezen die binnen waren gekomen. We hadden geen WIFI in ons appartement maar maakte gebruik van de verbinding in een barretje niet veel verderop. We dronken dan een kop koffie en dat was precies genoeg om mail te downloaden en een bericht naar het blog te uploaden. WIFI junkies zijn we. Of informatieverslaafden. Beide (h)eerlijke termen welke mogelijk hoe langer we van huis zijn zullen verdwijnen. Of erger worden. We zullen zien.
Nu zitten we in het vliegtuig. Op weg naar Madagaskar. Ik luister op m'n telefoon naar de compilatie die Mahres voor me had gemaakt voor op reis. Sugar Man (Rodrigues) en Diner (Martin Sexton) staan op z'n hardst aan en nagenoeg op repeat. De man naast me zit me met een schuin oog aan te kijken terwijl ik met m'n hoofd aan het bouncen ben op de muziek. Volgens mij heeft ie vliegangst want hoewel het een Afrikaan is zijn z'n knokkels net zo wit als die van mij en parelt het zweet op z'n voorhoofd. Ik knik hem bemoedigend toe wat hij met een onnatuurlijke glimlachje beantwoordt.
We vliegen met Air Mauritius en zitten zo'n 11 kilometer boven de zee terwijl ik dit stukje voor het blog opstel. Air Mauritius is verrassend genoeg een hele fijne maatschappij. Veel fijner dan Air Condor welke ons naar Mauritius heeft gebracht. Daar waar Air Condor enigszins spartaans aandeed ervaren we dit als vrij luxe.
Mauritius was fantastisch. We raden iedereen aan om dit eiland aan te doen. Een geweldige start van onze reis over de wereld en een eiland waar we nog lang en met veel plezier aan zullen terugdenken. Het was onze huwelijksreis en zo hebben we het ook ervaren. Veel samen lekker nagenieten van een jaar vol voorbereidingen met een bruiloft en onze reis als resultaat. Gaat allemaal goed met ons. We zijn blij en pas na een week het reizen nog lang niet zat!
Ondertussen heeft het vliegtuig de landing ingezet. We zijn benieuwd naar dat wat Madagaskar ons gaat brengen en zijn er klaar voor!
vrijdag 13 september 2013
Dagje op zee
Het is fijn om in een land te wonen waar iedereen van houdt. Nederland bijvoorbeeld. Er is weinig op aan te merken. We worden alom geprezen (in het buitenland in ieder geval), zijn overal welkom en Nederlanders consumeren waar dan ook als voorbeeldige toeristen. In de verste uithoeken kom je wel een kaaskop tegen.
Hoewel je nooit (nou ja... zelden tot nooit) een Mauritiaan tegenkomt geldt dit zelfde, nagenoeg, voor Mauritianen. Niets op aan te merken. Men woont op een eiland die met het WK absoluut geen kans maakt, stranden zijn witter dan wit en men is in de puurste vorm vriendelijk. Afdingen kennen ze niet, prijzen zijn eerlijk en toeristen zijn meer dan welkom. Enorme politieke wantoestanden kennen ze ook niet. Gewoon een leuk en vriendelijk volkje.
Vandaag zaten we op een catamaran. Een dolfin cruise. En ja, dan ga je kijken naar dolfijnen. Fantastisch natuurlijk. Net als van Mauritianen valt er niets aan te merken op dolfijnen. Gewoon een leuk en vriendelijk volkje.
We deelden de boot met een bont gezelschap afkomstig uit alle windhoeken. Een Bulgaarse met haar Mauritiaanse verloofde, twee Koreanen (zuid natuurlijk), Duitsers, een koppel Chinezen, Fransen, een Canadees, zoals eerder gezegd, een bont gezelschap.
Nu is het zo dat men over Chinezen nogal wat te zeggen heeft. Eigenlijk net als over Amerikanen. Het zijn, leuk of niet leuk, mondiaal gezien, eindbazen.
In China mag veel niet. Je mag bijvoorbeeld niet verhuizen binnen je eigen land zonder goede reden. Een studie is een acceptabele reden zolang je deze niet in je eigen gebied kunt volgen. Zodra je klaar bent wordt echter wel van je verwacht dat je terug gaat naar de provincie waar je uit afkomstig bent. Elders werken is ook prima maar je gaat, zodra je uitgewerkt bent, wel weer naar huis. Dat je binnen je eigen land niet vrij mag verhuizen vindt men heel normaal. Iets waar wij (ik in ieder geval) met onze kop niet bij kunnen.
Nu dat wat wel mag. Stel, je bent een Mauritiaan en je wil graag dakpannen laten produceren. In China bijvoorbeeld wordt je met open armen ontvangen. Mauritiaan, Nederlander, Amerikaan of Oegandees, iedereen is welkom. In Nederland daarentegen ben je absoluut niet welkom. Je komt Amerika of de Europese Unie met geen mogelijkheid in omdat je een "vergroot risico vormt" het land nooit te verlaten.
Op zich kan ik me hier, vanuit mijn basis, iets bij voorstellen. Westerse landen hebben een geschiedenis van "immigrantenproblematiek". Dit betekent in hoofdlijnen dat we het niet zo chill vinden dat mensen die weinig hebben naar ons toe komen om net zo veel te hebben als wij.
Dit laatste in ogenschouw nemend kan ik je bevestigen dat het lijstje van landen waar dit op van toepassing is allang niet meer van deze tijd is. Iedereen heeft een mobiel op Mauritius, cola kost 2 EURO, iedereen heeft een verzekering en ook hier zien we Audi's met park distance control. Alleen wat we niet zien zijn parkeerautomaten en OV chipkaarten. En ja inderdaad, de buschauffeur hier heeft een gettoblaster met reggae. Daar houdt t verschil ook wel een beetje mee op. Men gaat naar school en kan studeren als men dat wil. Alles is hier en alles mogen ze hier en in China. Niet bij ons. Een Mauritiaan mag geen dakpannen komen checken in Nederland. We zijn bang dat ie dan onder een stapel kruipt en er nooit meer onder vandaan komt. Fakka Joe Nederland! Ik blijf lekker hier onder mijn stapel nieuwe dakpannen.
Globalisering is een term die wij het laatste decennium prediken. Globalisering betekent eigenlijk dat we, onafhankelijk van onze achtergrond, spulletjes bij elkaar kunnen kopen en welkom zijn bij elkaar. Toch? Dit is in ieder geval wat ik in mijn hoofd heb zitten. Nou, vergeet het maar. Mauritianen zijn, in tegenstelling tot dolfijnen, niet welkom bij ons. Net als Zuid-Afrikanen, Oegandezen, Indiërs, Peruanen, Brazilianen en Chinezen. Natuurlijk mag je wel komen maar niet door net als wij een last-minute te boeken. Oneerlijk vind ik dat.
Ik ben echt niet naïef en hetgeen ik stel is natuurlijk overtrokken. Natuurlijk moet er enig beleid zijn. Net als in China. Als je klaar bent met studeren ga je weer naar huis. Maar we leven niet meer in 1970 waar vliegen zo enorm exclusief was dat als je eenmaal in ons kikkerlandje was je nooit meer naar huis ging. Familie en vrienden hou je op de hoogte via een blog en je kan ze zien over skype. Als je het zat bent pak je een vliegtuig en je bent weer thuis.
Globalisering is slechts een term in het westen maar een realiteit daarbuiten. Je bent overal welkom maar niet bij ons. Koop alsjeblieft dakpannen in China want je gaat als je eenmaal bij ons bent nooit meer naar huis.
Dit is een toekomst die we niet in stand kunnen houden. Het is een negatieve spiraal die in stand gehouden wordt door onze oude denkbeelden. Denkbeelden waarin we onszelf verheerlijken en geloven dat het zoveel beter is in het westen. Denkbeelden die we in stand houden met grenzen en aanpalende procedures afhankelijk van je afkomst. Als Nederlander ben ik eerlijk gezegd nog nooit een grens tegengekomen.
Het lijkt mij een (dol)fijne gedachten dat wij ons aan een veranderende wereld gaan aanpassen. Qua globalisering bedoel ik dan. Je bent welkom volgens afspraken die ook voor ons als westerlingen in het buitenland gelden. Zo niet dan stel ik voor dat we ook de eerste de beste dolfijn welke we tegenkomen op Scheveningen, net als Mauritianen, linea recta terug sturen naar daar waar die vandaan komt. Gewoon consequent. Fakka Joe Dolfin!
woensdag 11 september 2013
Het is hier stervens koud
We waren voornemens een auto te huren en zo het eiland een beetje te gaan verkennen. Helaas vette pech want de laatste auto's waren al verhuurd. Ons plan dan ook snel verruild voor een nieuw plan. De bus.
Een chauffeur zat weggedoken in een afgesloten hokje achter een met palmbroomafbeeldingen versierde voorruit te genieten van keiharde reggae die uit zijn gettoblaster schalde. Tjok vol zat de bus. Allemaal locals op weg naar weten wij waar om te doen wat ze nou eenmaal doen. Naast de chauffeur was er een soort van kaartverkoper aanwezig. Kaartjes verkopen, gettoblaster afstellen zo afstellen dat ie net mooi kraakt en de bus besturen gaat natuurlijk niet samen. Da's gewoon te veel stress. Ik denk dat daarom onze Connexion buschauffeurs ook maar hebben afgezien van reggae in de bus. Om en nabij de tweehonderd meter is er een bushalte waar altijd wel iemand uit of in wil stappen. Naast de ingang aan de voorzijde van de bus is er ook een soort achterklep die gebruikt wordt om in- en uitstappende passagiers toegang te geven tot de bus. Ondanks de chaos en de overvolle bus blijkt de kaartverkoper verrassend genoeg in staat om exact bij te houden wie er wel en wie er nog niet heeft betaald. En dat is maar goed ook want om de zoveel stops stapt er een controleur in. Deze knipt vervolgens je kaartje. Super efficiënt allemaal... Als de Connexion hier nou eens een voorbeeld aan nam hadden onze chauffeurs ook wat meer tijd om hun gettoblasters af te stellen.
We waren onderweg naar Chamarel. Dit is een vroegere afgraving waar men is gestuit op verschillende lagen mineralen. IJzer en Aluminium voornamelijk. Dit resulteert in een bijzonder kleurenspektakel in de rode aarde. Zeg maar een grondregenboog. Spectaculair in ieder geval volgens de reisgids. Zelf heb ik meer genoten van de wandeling dan van de uiteindelijke bestemming.
Op Mauritius leven de grootste landschildpadden ter wereld en deze kunnen wel 180 jaar oud worden. Achter een houten afrastering kwamen we er een aantal tegen. Heerlijk... Beesies zijn altijd goed. Ook als ze niet voorruit te branden zijn. En tja... dat zijn deze natuurlijk niet. Het zijn immers hoog bejaarde schildpadden. Voordeel is wel dat ze voor de foto mooi blijven zitten.

Wanneer het zomer is op het noordelijk halfrond is het vanzelfsprekend winter aan de andere kant van de evenaar. In de bus zaten dan ook goed ingepakte passagiers met boven hun korte broek mutsen en hier en daar zelfs een sjaal. Het is hier immers stervens koud. 24 graden wel te verstaan....
Een chauffeur zat weggedoken in een afgesloten hokje achter een met palmbroomafbeeldingen versierde voorruit te genieten van keiharde reggae die uit zijn gettoblaster schalde. Tjok vol zat de bus. Allemaal locals op weg naar weten wij waar om te doen wat ze nou eenmaal doen. Naast de chauffeur was er een soort van kaartverkoper aanwezig. Kaartjes verkopen, gettoblaster afstellen zo afstellen dat ie net mooi kraakt en de bus besturen gaat natuurlijk niet samen. Da's gewoon te veel stress. Ik denk dat daarom onze Connexion buschauffeurs ook maar hebben afgezien van reggae in de bus. Om en nabij de tweehonderd meter is er een bushalte waar altijd wel iemand uit of in wil stappen. Naast de ingang aan de voorzijde van de bus is er ook een soort achterklep die gebruikt wordt om in- en uitstappende passagiers toegang te geven tot de bus. Ondanks de chaos en de overvolle bus blijkt de kaartverkoper verrassend genoeg in staat om exact bij te houden wie er wel en wie er nog niet heeft betaald. En dat is maar goed ook want om de zoveel stops stapt er een controleur in. Deze knipt vervolgens je kaartje. Super efficiënt allemaal... Als de Connexion hier nou eens een voorbeeld aan nam hadden onze chauffeurs ook wat meer tijd om hun gettoblasters af te stellen.
We waren onderweg naar Chamarel. Dit is een vroegere afgraving waar men is gestuit op verschillende lagen mineralen. IJzer en Aluminium voornamelijk. Dit resulteert in een bijzonder kleurenspektakel in de rode aarde. Zeg maar een grondregenboog. Spectaculair in ieder geval volgens de reisgids. Zelf heb ik meer genoten van de wandeling dan van de uiteindelijke bestemming.
Op Mauritius leven de grootste landschildpadden ter wereld en deze kunnen wel 180 jaar oud worden. Achter een houten afrastering kwamen we er een aantal tegen. Heerlijk... Beesies zijn altijd goed. Ook als ze niet voorruit te branden zijn. En tja... dat zijn deze natuurlijk niet. Het zijn immers hoog bejaarde schildpadden. Voordeel is wel dat ze voor de foto mooi blijven zitten.

Wanneer het zomer is op het noordelijk halfrond is het vanzelfsprekend winter aan de andere kant van de evenaar. In de bus zaten dan ook goed ingepakte passagiers met boven hun korte broek mutsen en hier en daar zelfs een sjaal. Het is hier immers stervens koud. 24 graden wel te verstaan....
Revenge of the dish
Ze lusten me rauw! Ik ben een wandelend buffet. Stop met wat
je aan het doen bent, we ruiken Saartje! Die kant, die kant! HAP! Overal muggenbulten,
de een nog groter dan de ander, waarom vinden ze me altijd overal zo lekker?
Zoet bloed? Tobias wordt overgeslagen, ze moeten echt mij hebben. Kleding of
niet, deze nasty motherfuckers kijken door mijn lichaamsbedekking heen. Ze
willen me, nu!
Ik giet nog maar wat saus over dit voor-, bij-, hoofd- en nagerecht. Lekker Deet met citroenella luften. Parfum? Sooooo overrated! Ik vervang mijn Chanel met Deet van de Kruitvat! Eet ‘em G!
Ze zien me, de aanval is ingezet, maar zodra ze binnen ruikafstand komen wenden ze zich snel af, een boogje om me heen, mijn shield doet zijn werk. Helemaal gedesillutioneerd stellen ze hun koers bij, zonder bestemming. Bah, ze zag er zo lekker uit, maar DIE LUCHT!!!
Vennijnige rakkers, dat zal ze leren. Had ik maar shieldrockets die ze opbliezen zodra ze in de buurt kwamen. Of een soort vliegenlamp atmosfeer om me heen. De jeuk brengt me op oorlogspad. Met scherpe blik en gespitste oren sluip ik door de kamer, op zoek naar HUN bloed. Ik zal ze krijgen... Daar issi, langzaam benader ik mijn prooi... Sluip zijn kant op en stort me op hem *KLAP*! Anddddddddddddddddd it’s gone... Mwhoehahahahaha.
Ik giet nog maar wat saus over dit voor-, bij-, hoofd- en nagerecht. Lekker Deet met citroenella luften. Parfum? Sooooo overrated! Ik vervang mijn Chanel met Deet van de Kruitvat! Eet ‘em G!
Ze zien me, de aanval is ingezet, maar zodra ze binnen ruikafstand komen wenden ze zich snel af, een boogje om me heen, mijn shield doet zijn werk. Helemaal gedesillutioneerd stellen ze hun koers bij, zonder bestemming. Bah, ze zag er zo lekker uit, maar DIE LUCHT!!!
Vennijnige rakkers, dat zal ze leren. Had ik maar shieldrockets die ze opbliezen zodra ze in de buurt kwamen. Of een soort vliegenlamp atmosfeer om me heen. De jeuk brengt me op oorlogspad. Met scherpe blik en gespitste oren sluip ik door de kamer, op zoek naar HUN bloed. Ik zal ze krijgen... Daar issi, langzaam benader ik mijn prooi... Sluip zijn kant op en stort me op hem *KLAP*! Anddddddddddddddddd it’s gone... Mwhoehahahahaha.
dinsdag 10 september 2013
J'aime plus Mauritius
Wat een relaxtheid, wat een heerlijk eiland.
Laat ik beginnen met het neerzetten van een sfeer, voor mij
nu al typisch Mauritius.
De plaatselijke bus, kei harde reggae pompend vanuit een gettoblaster naast de chauffeur, een klein kindje op schoot bij mamma in de stoel voor je die de hele weg met stralende oogjes naar je kijkt, allerlei mensen die in en uit stappen bij haltes of gewoon langs de weg door een hand op te steken. Een jongen die je een kaartje verkoopt en in de geopende deur van de bus een sigaretje rookt en voorbijgangers groet. Kinderen in schooluniformpjes en echte rastafari dudes met dreads die in en uit stappen. Een prachtig uitzicht over zee en natuur langs de slingerende weg de berg op en af. Warme wind door je haren en een glimlach van oor tot oor, alleen door hier te mogen zijn, dit te kunnen ervaren.
Even terug...
De plaatselijke bus, kei harde reggae pompend vanuit een gettoblaster naast de chauffeur, een klein kindje op schoot bij mamma in de stoel voor je die de hele weg met stralende oogjes naar je kijkt, allerlei mensen die in en uit stappen bij haltes of gewoon langs de weg door een hand op te steken. Een jongen die je een kaartje verkoopt en in de geopende deur van de bus een sigaretje rookt en voorbijgangers groet. Kinderen in schooluniformpjes en echte rastafari dudes met dreads die in en uit stappen. Een prachtig uitzicht over zee en natuur langs de slingerende weg de berg op en af. Warme wind door je haren en een glimlach van oor tot oor, alleen door hier te mogen zijn, dit te kunnen ervaren.
Even terug...
Om af te maken waar we gebleven waren, we zijn dag 1 een pizza
gaan eten op een terras van iPizza. Een pizza place op een winkelcentrum, niet
heel romantisch, maar dichtbij en te vinden in het donker. Ons blog upgeload en
ons buikje rond gegeten. Een cocktail en een glas wijn gedronken en toen
geconcludeerd dat we nog altijd flink moe waren en lekker terug naar bed zouden
gaan ipv nog naar het strand te gaan. Op weg naar huis zagen we huge ass
vleermuizen!! Ik denk dat ze een spanwijdte tegen een meter hadden!!! De
sterrenhemel was helder, rijk en heerlijk om hand in hand te aanschouwen. Toen
lekker ons bedje in en nog een aantal afleveringen House of Cards gekeken,
goeie tip Mahres, leuke serie! Die nacht gedroomd van de vaagste shit, om 9 uur
ontwaakt en weer opnieuw in slaap gevallen om verder te slapen tot een uur of
12. Nu waren we bijgekomen, van de reis en van de slapeloze nachten. Klaar voor
Mauritius, klaar voor de verkenning.
Ik werd wakker bij de geur van koffie die mijn echtgenoot
voor ons aan het zetten was. Heerlijk!
Uit bed en douchen, terwijl Tobias met Jacques (een vriendelijke man, die meerdere tanden mist en zeer gebrekkig Engels spreekt, de eigenaar is van ons huis en daarmee onze beneden buurman) als een ware Hollander een fiets aan het opknappen was zodat we die konden lenen. Jacques toonde Toop trots foto’s van zijn zelfgemaakte boot en de enorme vissen die hij vangt als visserman zijnde. Ze hebben een piepkleine woonkamer waar een opgezette zwaardvis van meer dan 3 meter in staat!
Uit bed en douchen, terwijl Tobias met Jacques (een vriendelijke man, die meerdere tanden mist en zeer gebrekkig Engels spreekt, de eigenaar is van ons huis en daarmee onze beneden buurman) als een ware Hollander een fiets aan het opknappen was zodat we die konden lenen. Jacques toonde Toop trots foto’s van zijn zelfgemaakte boot en de enorme vissen die hij vangt als visserman zijnde. Ze hebben een piepkleine woonkamer waar een opgezette zwaardvis van meer dan 3 meter in staat!
Op de brakke, gebeunde mountainbikes zijn we op pad gegaan in
de linksrijdende madness, en hebben we een plekje gevonden waar we hebben
geluncht. Terug naar huis en onze snorkelspulletjes gepakt om de onderwater wereld
eens uit te checken. Water was een graad of 23 en daarmee best koud. Niet heel
lang in de zee gebleven dus en weinig vissen in het troebele water gezien. Nog
even aan het strand gechilled, waar Toop fanatiek wat hardloopkunstjes
vertoonde.
Op onze veranda nog wat gedronken en gelezen voor we naar een Creools restaurant liepen waar we heerlijk gegeten hebben. Een super schattig stel en klein meisje van een jaar of 1,5 bedienden ons in hun eigen restaurant. Haute cuisine, sterwaardig, met wijn uit plastic glazen!!! Een vet bijdehandte kakkerlak, die Tobias gepikeerd aankeek toen hij hem een corrigerende tik gaf, probeerde de rust nog even tevergeefs te verstoren. We hebben de uiterst vriendelijke gastheer, die in Frankrijk gewerkt heeft voor een 2 sterren restaurant, uitgehoord waar we zoal heen konden op het eiland en ons diner afgesloten met door hem zelf gemaakte kaneelrum en lycheewijn. Ze leren hier trouwens echt op school dat wij Nederlanders de laatste dodo’s, Mauritius’nationale mascotte, hebben opgegeten! Vinden ze niet zo tof volgens mij haha.
Door het donker terug naar huis gelopen en ons geen seconde onveilig gevoeld.
Vanmorgen op pad gegaan met de missie een auto te huren,
zonder succes. Hopelijk morgen meer geluk. Toen maar gewoon de bus gepakt naar
Chamarel, een plek met 7 kleuren aarde. En blij toe, wat een fantastische
ervaring die busreis.
Voor het eerst in mijn leven een geboorte mogen aanschouwen (die kat lag gewoon op het terras te bevallen!) en heerlijk gewandeld (waar alle anderen de taxi pakte) door Afrikaans landschap. Prachtig.
Voor het eerst in mijn leven een geboorte mogen aanschouwen (die kat lag gewoon op het terras te bevallen!) en heerlijk gewandeld (waar alle anderen de taxi pakte) door Afrikaans landschap. Prachtig.
Het is winter (24 graden), maar de
gevoelstemperatuur is mijn insziens hoger dan 26 graden. Toch dragen ze mutsen
terwijl ze op slippers lopen en zie je de bomen met weinig, nog diep rood
gekleurde, bladeren. Stilstaan in de schaduw wordt meteen afgestraft door
muggen die mij rauw lusten, dus lekker door blijven lopen.
Thuis hongerig een
pastaatje in elkaar geflanst en weer even ons blog bijgewerkt.
De sfeer hier is top, leven en laten leven, niemand valt je lastig op dit schone, mooie eiland. Maar iedereen groet je met een vriendelijk “Bonjour” en een warme glimlach! In korte tijd van dit eiland gaan houden. Ver weg van de touristische resorts, met zijn tweetjes op onze roze wolk in onze eigen tijd, op ons eigen tempo, ver van alles, maar toch overal middenin. Alle indrukken diep inademend hebben we veel momenten van onderling oogcontact onderstreept met een glimlach, die meer zegt dan duizend woorden...
De sfeer hier is top, leven en laten leven, niemand valt je lastig op dit schone, mooie eiland. Maar iedereen groet je met een vriendelijk “Bonjour” en een warme glimlach! In korte tijd van dit eiland gaan houden. Ver weg van de touristische resorts, met zijn tweetjes op onze roze wolk in onze eigen tijd, op ons eigen tempo, ver van alles, maar toch overal middenin. Alle indrukken diep inademend hebben we veel momenten van onderling oogcontact onderstreept met een glimlach, die meer zegt dan duizend woorden...
zaterdag 7 september 2013
Welkom op Mauritius
In de Indische-Oceaan, bij Afrika rechtsaf, heeft God eerst Mauritius geschapen. Hierna volgde de schepping van het paradijs. Dit zeggen de Mauritianen over hun eigen land. Een piepklein stipje op de kaart. Qua omvang vergelijkbaar met provincie Utrecht maar qua vergelijkingen houdt het daar dan ook mee op.
Hoge bergen reizen op uit de zee waar een vulkaan miljoenen jaren geleden verantwoordelijk voor is geweest. Afrika zegt men. Zelf hebben we de ervaring nog niet om te kunnen oordelen maar als dit Afrika is dan moet dat zo zijn omdat men hier over de telefoon eerder met elkaar zingt dan praat en dat de bussen grote zwarten pluimen uitstoten. We zien geen leeuwen of andere Afrikaanse boegbeelden. Dat is misschien maar goed ook want de bevolking lijkt niet zo snel. Het tempo ligt dermate laag dat de Mauritianen het lot van hun geliefde mascotte, de dodo, op zeker zal hebben gedeeld als leeuwen de oversteek hadden kunnen maken. Gelukkig voor Mauritius zijn leeuwen belabberde langeafstandszwemmers.
De allerlaatste dodo zal zijn opgegeten door Nederlanders. Gezien hun liefde voor deze vogel vinden ze onze oude eetgewoonte dan ook niet zo tof. Hoewel Nederlandse verhalen vertellen dat het de varkens waren die westerlingen op dit eiland hadden achtergelaten, welke de eieren van de dodo zo van het strand konden eten, lijken de Mauritianen deze versie minder te waarderen en te zien als een slechte uitvlucht zonder het nemen van verantwoordelijkheid. Misschien het overwegen waard om een officieel politiek excuus te maken...
Als kind heb ik een opgezette dodo in Artis zien staan en ik moet eerlijk zeggen dat de versie van het verhaal de locals hier geloofwaardiger is. Dodo's zien er werkelijk heerlijk uit. Als er nu nog dodo's waren dan was de KFC hoogstwaarschijnlijk een KFD geweest.
De bevolking bestaat voornamelijk uit Indiase en Afrikaanse immigranten welke mogelijk in het verleden niet geheel vrijwillig zijn bewogen om op een Franse, Nederlandse of Engelse boot plaats te nemen en koers te zetten naar dit eiland om hier (natuurlijk goed betaald) op de plantages te werken.
Mensen zijn vriendelijk en laten je veelal ongestoord je eigen ding doen. Er wordt hier veelal gevist, zout gewonnen en suikerriet verbouwd. En je weet wat dit laatste betekent... Rum. We hebben dan ook een flesje van het lokale drankje gescoord en hoewel we geen fanatieke rumdrinkers zijn zal het best zo kunnen zijn dat er diep van binnen eentje in ons zit. Misschien ook wel een overblijfsel van ons zeemansverleden. Laten we het daar maar op houden.
7 september 2013, La Perneuse Mauritius
Nous sommes
arrive!!!!
Na een helse nachtvlucht, van Frankfurt naar Mauritius van
11,5 uur, voelde we eindelijk de warme, Afrikaanse winterzon op ons gezicht. Heerlijk!
Donderdag de laatste intense goodbyes, afscheid nemen van
onze vrienden en familie ging me meer
dan aan het hart. In a good way. De door Jelle meegebrachte lunch was heerlijk.
Lotte die nog even kwam aanwaaien ... Because
she can.
Het afscheid van Talitha was voor mij hartverscheurend, meermaals. Toen mijn
tranen net gedroogd waren kwam Kim voor een bliksembezoek, en daar waren ze
weer.... En toen Richard en Marina als
afsluiter, die ik meteen de inhoud van de koelkast mee kon geven J.
Het huis is leeg, opgeruimd, staat er beter bij dan ooit
haha. Heel veel werk, een beetje stress, maar het is allemaal helemaal
goedgekomen. Als er iemand gebruik van zou willen maken, dan kan dat!
Slapen, de laatste nacht in ons bedje. Het lag heerlijk, maar slapen HO MAAR. Denk dat ik twee uurtjes gepakt heb, voor de muggen mij zo terroriseerde dat ik onherroepelijk ontwaakte.
Slapen, de laatste nacht in ons bedje. Het lag heerlijk, maar slapen HO MAAR. Denk dat ik twee uurtjes gepakt heb, voor de muggen mij zo terroriseerde dat ik onherroepelijk ontwaakte.
Gister namen we dan voor een klein jaar afscheid van onze familie
en vrienden op Schiphol. Er waren veel meer mensen gekomen dan we verwacht
hadden, hartverwarmend. Dank Pap, Mam, Ted, Gus, Pim, Mel, Ezzie, Wendy, Mahres,
Kim, Gijs, Lotte, Bart (die overheerlijke broodjes geitenkaas met truffelolie
voor ons gemaakt had), Rogier, Maaike, Daan, Emma, Maarten, Tina, Chloe en
Joshua! Het is zo bijzonder om al die
liefde van onze dierbaren te voelen, hoe ze ons onze droom en reis gunnen, maar
hoe we elkaar net zo hard zullen missen. Zo rijk, ik voel me zoooo rijk met al
die lieve mensen in ons leven. Een zoete traan gecombineerd met een vertederende
lach waren de uitrusting van mijn gezicht bij vertrek. Een laatste kus voor Jimmy,
het raarste afscheid, omdat ik mijn 16,5 jaar oude hondje misschien wel nooit
meer weer zal zien... Snik. Ouwe grijze dibbes.
Snel die knuffel en kus voor iedereen, de laatste mooie,
vertederende woorden en toen snel door de douane (door pa die kant op gesleept,
de lieverd beschermt me op mijn 31ste nog steeds voor mezelf haha,
en terecht....). Ik was natuurlijk totaal disconnected dus moest 3x door de
douane, omdat ik dat ding liet piepen als een dolle met mijn telefoon (vergeten
dat die in mijn kontzak zat), mijn riem (ik draag ook nooit een riem) etc etc.
Leverde me een intens intieme ervaring op met een krachtige, gezette doch
vriendelijke dame die me zeeeeer grondig fouilleerde terwijl ze met me
chitchatte (apart was dat, heb veel feestjes gepakt, maar deze dame heeft me
volgens mij overal aangeraakt!!).
En toen.... Toen was het begonnen. Tobias en ik keken elkaar diep in de ogen, en nadat ik mijn kersverse echtgenoot gekust had spraken we de magische woorden die we al zo lang wilde uitspreken op dat moment: IT HAS BEGUN!!!! Woooohooooo!!!
Op naar de eerste halve liter Heineken Ice Cold, maakt niet uit dat het nog geen 10 uur ‘s morgens was, zo hoort dat!
En toen.... Toen was het begonnen. Tobias en ik keken elkaar diep in de ogen, en nadat ik mijn kersverse echtgenoot gekust had spraken we de magische woorden die we al zo lang wilde uitspreken op dat moment: IT HAS BEGUN!!!! Woooohooooo!!!
Op naar de eerste halve liter Heineken Ice Cold, maakt niet uit dat het nog geen 10 uur ‘s morgens was, zo hoort dat!
Op naar Frankfurt, waar we lang moesten wachten (ruim 4
uur). Die uurtjes vlogen en voor we het wisten zaten we in een Condor Air
vliegtuig met best wat beenruimte, maar gedeelde beeldschermpjes en heel veel
Duitsers om ons heen. Aangegeven dat het onze huwelijksreis was, maar werd
niets mee gedaan helaas.
Oh wat haat ik dat lange vliegen toch. Gesloopt als ik was kon ik wederom NIET slapen. Melatonine of niet, het lukt mij gewoon niet. Van links, naar rechts, met mijn hoofd op het tafeltje, naar achter en opnieuw naar links of op Toops schoot. Ik geef het dan uiteindelijk altijd maar op.
Na 8-9 uur vliegen keek ik Toop wanhopig aan “ik ben de reis HE-LE-MAAL zat Toop!!!!”. “Wat nu al? Je moet nog een jaar!!!”. Nee de vlucht natuurlijk J, de wereldreis niet haha. En ik zal nog veel meer terrorvluchten moeten overbruggen, om over helse busreizen maar te zwijgen. En het geeft niet, want de agony duurt een (halve) dag, en daarna.... Daarna kom je aan in een nieuw land, een andere wereld, een andere tijd, een ander werelddeel, alllllll worth it!
Zaterdagochtend, 4.15 uur Nederlandse tijd, 6.15 uur Mauritiaanse tijd, waren we er eindelijk.
Door de douane, en tussen de palmbomen op een heel groen eiland met witte stranden en puntige bergen en rotsen om ons heen. Mooi. Terwijl ik knikkebollend met Tobias zijn hand in de mijne in de tranfer naar de bungalow zat, met heerlijke Franstalige reggae op de radio, vocht ik om mijn ogen open te houden om zo al de nieuwe indrukken tot mij te nemen. In gebrekkig Frans van onze zijde en Engels van zijn zijde, vroegen we dingen over zijn land terwijl we in een klein uur naar Villa Badamir in La Perneuse werden gebracht. Een kleine bungalow/boven woning wachtte op ons, bij twee lieve Mauritianen thuis. Schattig, helemaal goed. Spullen gedropt en met de man des huizes naar een ATM en supermarkt gelopen. Snel wat kleine inkopen gedaan als water en wat plaatselijke rum (we zagen onderweg de suikerrietvelden en wisten dat die fles er sowieso moest komen), om terug te lopen door een heerlijk weertje van zo’n 23 graden (en dat is dan winter voor deze mensen) en ons over te geven aan de vermoeidheid. Een douche en een siesta van 5 uurtjes. Heerlijk. We waren heeeel ver weg, gedroomd, in coma gelegen. Maar we doen het weer. Nog steeds moe, maar niet gesloopt meer. De combinatie van 5 uurtjes slaap en dit land, de frisse zuurstof (niet benauwd, geen hoge luchtvochtigheid) laden ons op.
We hebben toch geen internet in de bungalow, wat overigens prima is, want we kunnen dit verhaal wellicht in een restaurant uploaden.
Oh wat haat ik dat lange vliegen toch. Gesloopt als ik was kon ik wederom NIET slapen. Melatonine of niet, het lukt mij gewoon niet. Van links, naar rechts, met mijn hoofd op het tafeltje, naar achter en opnieuw naar links of op Toops schoot. Ik geef het dan uiteindelijk altijd maar op.
Na 8-9 uur vliegen keek ik Toop wanhopig aan “ik ben de reis HE-LE-MAAL zat Toop!!!!”. “Wat nu al? Je moet nog een jaar!!!”. Nee de vlucht natuurlijk J, de wereldreis niet haha. En ik zal nog veel meer terrorvluchten moeten overbruggen, om over helse busreizen maar te zwijgen. En het geeft niet, want de agony duurt een (halve) dag, en daarna.... Daarna kom je aan in een nieuw land, een andere wereld, een andere tijd, een ander werelddeel, alllllll worth it!
Zaterdagochtend, 4.15 uur Nederlandse tijd, 6.15 uur Mauritiaanse tijd, waren we er eindelijk.
Door de douane, en tussen de palmbomen op een heel groen eiland met witte stranden en puntige bergen en rotsen om ons heen. Mooi. Terwijl ik knikkebollend met Tobias zijn hand in de mijne in de tranfer naar de bungalow zat, met heerlijke Franstalige reggae op de radio, vocht ik om mijn ogen open te houden om zo al de nieuwe indrukken tot mij te nemen. In gebrekkig Frans van onze zijde en Engels van zijn zijde, vroegen we dingen over zijn land terwijl we in een klein uur naar Villa Badamir in La Perneuse werden gebracht. Een kleine bungalow/boven woning wachtte op ons, bij twee lieve Mauritianen thuis. Schattig, helemaal goed. Spullen gedropt en met de man des huizes naar een ATM en supermarkt gelopen. Snel wat kleine inkopen gedaan als water en wat plaatselijke rum (we zagen onderweg de suikerrietvelden en wisten dat die fles er sowieso moest komen), om terug te lopen door een heerlijk weertje van zo’n 23 graden (en dat is dan winter voor deze mensen) en ons over te geven aan de vermoeidheid. Een douche en een siesta van 5 uurtjes. Heerlijk. We waren heeeel ver weg, gedroomd, in coma gelegen. Maar we doen het weer. Nog steeds moe, maar niet gesloopt meer. De combinatie van 5 uurtjes slaap en dit land, de frisse zuurstof (niet benauwd, geen hoge luchtvochtigheid) laden ons op.
We hebben toch geen internet in de bungalow, wat overigens prima is, want we kunnen dit verhaal wellicht in een restaurant uploaden.
Nu zitten we op onze veranda met een rum-cola en wat
plaatselijke chips. Zo gaan we rondbanjeren door het tropisch aandoende,
groene, doch iet wat gare La Perneuse en een restaurant zoeken, want we lusten
wel wat! En nog even langs het strand struinen. Maar vooral heel hard genieten
van dag 1 van onze wereldreis, onze droom, onze honeymoon. IT HAS BEGUN!
Abonneren op:
Posts (Atom)




