Toen we van het midden van Madagascar naar het westen reden
hebben we vanuit de auto veel geobserveerd, dit inspireerde me het jullie als
een kort verhaaltje te vertellen ipv als een opsomming van waarnemingen. De
namen zijn allemaal namen die we tegen zijn gekomen, de woorden zijn soms
Madagasy (gespeld zoals ze voor ons klinken) en het meisje met het roze jurkje
zag ik langs de weg rennen, de druppel inspiratie die me (ondanks mijn
wagenziekte) in de auto mijn laptop liet pakken om dit korte verhaaltje te
schrijven.
*********************************************************************************
Madagascar is dan wel het land van de Mura Mura, Lala hield toch
de pas erin, ze wist dat ze voor donker thuis moest zijn wilde ze nog wat
kunnen eten. Haar familie is groot en ze hebben weinig eten. Mama zou alles
verdelen, maar de pan zouden zij en de andere akiizi met hun vingers
uitlepelen.
De grond is droog, heel droog, en rood bruin gekleurd. Hier
en daar groeit wat dor, naar zand gekleurd
gras en afgezien van de in de terrassen, die als landbouwgrond dienden
voor de families uit de regio, is nergens echt groen te bekennen. Af en toe komt
ze een boom tegen met hangende groene bladeren. De lucht is al net zo droog en
warm en ruikt naar zand en rook, van de nasmeulende aarde die zojuist weer was
platgebrand. De gras wordt gebruikt om de Zebu te voeden en daarna branden ze
de laatste sprieten weg, zodat het nieuwe gras groener terug komt.
Op plastic slippers stapt Lala door, de mand op haar hoofd vol
gespleten naaldhout (dat ze net gekocht heeft in een dorp verderop) is zwaar,
maar Lala is gewend zware manden op haar hoofd te vervoeren. Dada gebruikt het
naaldhout om gemakkelijk een vuur te creƫren, zodat mama erop kan koken en het vlees kan roken en
drogen om te bewaren.
Lala tuurt naar de brandende zon, ze weet dat ze nog
ongeveer een uur de tijd heeft. In gedachten verzonken schrikt ze op van
getoeter. Een auto raast scheerlings langs haar heen. Ze stapt opzij en ziet de
witte huid van de vessa door het raam. Toeristen. Een paar keer per dag ziet ze
wagens passeren vol (rijke) Madagascar tourguides en blanke mensen. Haar oudste
broer Lova is vertrokken naar de stad om te studeren. Ooit wil hij ook
tourguide worden. Tot groot ongenoegen van haar vader, die hem liever op hun
land en met de dieren had gezien.
Een windvlaag strijkt langs haar met zand bedekte gezicht,
haar roze jurkje wappert wat in de wind. Ze glimlacht. Een aantal maanden terug
is er een auto gestopt en was er een vessa vrouw uitgestapt. Ze was lijnrecht
op Lala afgelopen en had haar over haar donkere, volledig geklitte haar
gestreken en wat onverstaanbare woorden gesproken. Waarschijnlijk Frans, de taal
van al die toeristen. Een paar woordjes herkende ze, omdat dada de taal een
beetje beheerst en ze hem wel eens wat heeft horen spreken met mensen van
buiten de regio. Lova leert alle talen op school en heeft haar verteld over
landen aan de andere kant van de zee. De zee, iets wat ze nog nooit gezien
heeft en waarschijnlijk ook nooit zal gaan zien.
De vrouw had haar een roze jurkje gegeven, het mooiste, kostbaarste bezit dat ze ooit gehad heeft en misschien wel ooit zal hebben. Lala had haar ogen niet geloofd toen de vrouw haar het geschenk in de handen had gedrukt. Vol ongeloof had Lala de vrouw aangekeken en gemompeld “misaltje madamma”... Omdat ze niet zeker wist of ze deze schat werkelijk de hare mocht noemen, was ze blijven staan tot ze de auto na vertrek van de dame niet meer kon zien. Langer, tot ze zeker wist dat deze ook niet meer terug zou keren. Toen was ze naar huis gesneld om de prachtige jurk aan te trekken.
De vrouw had haar een roze jurkje gegeven, het mooiste, kostbaarste bezit dat ze ooit gehad heeft en misschien wel ooit zal hebben. Lala had haar ogen niet geloofd toen de vrouw haar het geschenk in de handen had gedrukt. Vol ongeloof had Lala de vrouw aangekeken en gemompeld “misaltje madamma”... Omdat ze niet zeker wist of ze deze schat werkelijk de hare mocht noemen, was ze blijven staan tot ze de auto na vertrek van de dame niet meer kon zien. Langer, tot ze zeker wist dat deze ook niet meer terug zou keren. Toen was ze naar huis gesneld om de prachtige jurk aan te trekken.
Lala en haar dadda, mama en broers wonen in een stenen huis
in het mid-westen van Madagascar. Het huis is richting het westen gebouwd, net
als alle andere huizen in de regio. Dat is zodat ze zo lang mogelijk licht hebben.
Houten luikjes, die dienen als deur en ramen, heeft dadda blauw geverfd,
waardoor het huis toch iets opvalt tussen de huisjes van soortgelijke bouw. Elektriciteit
en schoon water is er niet. Veel hebben ze niet, maar ze zijn gelukkig. Haar
dadda is eigenaar van 2 terrassen land , 2 zebu, 4 kippen en een haan en mama
heeft een klein kraampje waar ze probeert de gewassen van het land te verkopen
of te ruilen voor andere producten die ze nodig hebben om te kunnen leven.
Lala heeft toen ze 6 jaar werd haar eigen matras gekregen,
het was oud en heel stoffig en van haar oudste broer geweest, maar dat maakt
Lala niet uit, het is HAAR matras. In de hoek van de kamer op de
bovenverdieping van het huis stopte ze pas met rennen en gooide haar inmiddels
bruingekleurde t-shirt en rok op het matras, deze waren ooit blauw geweest en
nu gescheurd en dezelfde kleur als bijna alles. De kleur van de aarde. De
originele kleur zie je eigenlijk alleen lichtelijk als mama hun kleren heeft
gewassen in de rivier.
Lala trok de mooiste jurk die ze ooit gezien had snel aan. Hij paste haar perfect. De kleur was zo roze als de lychee-aardbeienjam die haar moeder eens per jaar op haar verjaardag maakte. Lala had rondgedraaid in de kamer en haar jurk had rondgezwierd als van een prinses, zoals ze zich altijd had voorgesteld bij de verhalen die haar tante haar wel eens vertelde. Lala heeft nog nooit een tv gezien, maar wel een plaatje van een prinsen, met een jurk.
Ze zou deze jurk nooit meer uittrekken, nooit zal ze het risico lopen dat iemand haar deze kostbaarheid zal ontnemen. Als mama gaat wassen gaat Lala mee en wil ze haar jurk zelf wassen. Dan zal ze de jurk nat aantrekken en aan haar lichaam laten drogen ipv in de struiken of op de grond zoals normaal.
Lala trok de mooiste jurk die ze ooit gezien had snel aan. Hij paste haar perfect. De kleur was zo roze als de lychee-aardbeienjam die haar moeder eens per jaar op haar verjaardag maakte. Lala had rondgedraaid in de kamer en haar jurk had rondgezwierd als van een prinses, zoals ze zich altijd had voorgesteld bij de verhalen die haar tante haar wel eens vertelde. Lala heeft nog nooit een tv gezien, maar wel een plaatje van een prinsen, met een jurk.
Ze zou deze jurk nooit meer uittrekken, nooit zal ze het risico lopen dat iemand haar deze kostbaarheid zal ontnemen. Als mama gaat wassen gaat Lala mee en wil ze haar jurk zelf wassen. Dan zal ze de jurk nat aantrekken en aan haar lichaam laten drogen ipv in de struiken of op de grond zoals normaal.
Opeens voelt Lala een duwtje. Ze kijkt op en ziet haar grote
broer Misa van 12, die voor de zebu zorgt, zoals dat meestal gaat in
Madagascar. De zoons helpen hun vader met de dieren. Het werk op de terrassen is
iets waar Lala als dochter zijnde bij helpt, maar doordat zij de enige dochter is
moeten haar broertjes en broer ook op het land helpen. Behalve Ando, want die
helpt in het dorp ernaast bij het vinden van goud.
Dat doen ze door op de grijze stenen te stampen met
boomstammen, het gruis dat ze daarbij winnen wassen ze en filteren dan het goud
eruit. Een gram levert tussen de 50.000 en 70.000 Ariary op. Een communitie
vindt op een dag tussen de 2 en 3 gram goud. Het is niet gebruikelijk dat een
jongen uit een andere community meehelpt, maar Ando werkt samen met zijn neven
en nichten, en die hebben ze daar veel, dus het is oke.
Misa is Lala’s oudste nog thuiswonende broer en direct haar
lievelings broer. Hij heeft zich toen ze nog heel jong was al over haar
ontfermd en haar als baby, ingewikkeld in doeken, op zijn 4 jarige rug overal
naartoe meegedragen. Dat zie je veel, mama’s hebben het te druk, dus de
kinderen lopen met de kinderen. En dat vond Lala prima.
“La, we eten kip!”, zei hij en riep vervolgens ATY tegen de zebu. Lala’s lach was groot, mmm kip en samen liepen ze nog sneller dan Lala al liep, met hier een daar een ATY richting een Zebu, naar huis.
“La, we eten kip!”, zei hij en riep vervolgens ATY tegen de zebu. Lala’s lach was groot, mmm kip en samen liepen ze nog sneller dan Lala al liep, met hier een daar een ATY richting een Zebu, naar huis.
ademloos...
BeantwoordenVerwijderen