We sliepen in Hermanus op nog slechts 100 kilometer van Kaapstad en de wekker ging al om 5:00. We waren die avond vroeg naar bed gegaan want we wilden fit zijn. Het kijken naar deze zeemonsters was immers een activiteit die op zowel mijn als op Sarah's bucketlist stond. We wilden optimaal van de gelegenheid profiteren.
De boot vertrok uit Gansbaai. Een ritje van 45 minuten naar de haven deed ons belanden in de kantine van "Eco Shark Diving Adventures". Snel een ontbijtje naar binnenwerken, wegspoelen met slappe oploskoffie en de boot op! De boot was volledig afgeladen. Vanwege het slechte weer van de voorgaande dagen waren alle activiteiten op zee geannuleerd. Hierdoor konden er vandaag pas mensen op de boot die al drie dagen zaten te wachten.
Buitengaats sloegen de golven onophoudelijk op de romp van de boot. We rolden over de golven en zo nu en dan kwamen we los van het water om vervolgens, geleid door de zwaartekracht, in het dal van de golf gesmeten te worden. Hier en daar veranderde de eerste gezichtjes waarmee een enthousiaste blik plaatsmaakte voor een grijs vertrokken grimas. De eerste zeezieken droegen zich aan.
Na een klein kwartiertje gingen we voor anker en begon de crew het lokmiddel voor de haaien te bereiden. Een stinkende olieachtige vissoep. Ondertussen was Sarah ook gegrepen door de misselijkheid waardoor ze met een strakke blik op de horizon even niet in staat was om deel te nemen aan het wetsuit aantrek spektakel wat zich nu op de overvolle boot voltrok.
We waren gewaarschuwd dat het zicht onderwater slecht was. Dit kwam hoofdzakelijk door het slechte weer. Hierdoor was het niet mogelijk om met lucht te duiken. De belletjes schrikken haaien af waardoor ze de kooi niet te dichtbij durven te benaderen. De kans om een haai van dichtbij te zien gaat dan volledig verloren. In plaats hiervan moesten we onze adem inhouden en duiken zodra er een haai voor de kooi kwam.
Het duurde niet lang voordat de boei, versierd met twee tonijnenkoppen, werd gegrepen door de eerste haai. Een monster van een kleine vier meter! "Divers Ready?" schreeuwde de bootsman uitnodigend om hiermee de eerste groep in de kooi te verwelkomen.
Er paste vijf man tegelijkertijd in de kooi. De Atlantische Oceaan is hier erg koud en daar houden deze haaien van. Het water was zo'n 12 graden waardoor het dragen van een wetsuit een absolute must is. Sarah had inmiddels een pak, hoewel zeker drie maten te groot, weten aan te trekken wat een absolute topprestatie was op deze zee. Inmiddels was de boeg aan bakboord omgetoverd in een gezamenlijke kotsbank en was over de hele lengte gedecoreerd met passagiers die hier gedwongen gebruik van moesten maken. Sarah heeft snel last van bewegingsziekte. Maar overgeven doet ze eigenlijk nooit en een wetsuit aantrekken onder deze omstandigheden is een ware marteling.
Tja... En dan de kooi in welke je vanaf de bovenkant moet betreden. Hek open, voet erin, koud, andere voet erin, koud en dan het laatste sprongetje... Tering wat was dat koud. Alles in me smeekte om het water weer zo snel mogelijk te verlaten maar daar kwamen we niet voor. Suck it up dude!
Meteen even onderwater kijken en daar zag je geen hand voor ogen of liever gezegd geen voet, want verder dan een meter konden we niet kijken. Wat een pech. We waren er al op geattendeerd dat het zicht niet best was, maar dit was echt heel naar. We hoopten erop in ieder geval de haai in zijn geheel te kunnen zien, maar deze beesten zijn zo groot dat dat met slechts een meter zicht echt onmogelijk was.
We hielden ons vast aan de bovenkant van de kooi en ik kon mijn benen kwijt op een boei die onder in de kooi bevestigd was. Sarah drukte haar benen tegen de achterkant van de kooi erop vertrouwend dat de romp voldoende bescherming bood. Binnen de kooi was de beste plek de meest rechter en dat was precies de spot die ik geclaimd had. Dit was de beste plek omdat ze vanaf hier de boei met de tonijnenkoppen telkens uitwierpen en binnentrokken. Als er een haai achteraan kwam moest deze dus vlak langs me komen. Sarah zat links naast me in het water en dat was de tweede beste plek daarnaast zag je ongetwijfeld niets meer dan een meter zeewater onder water.
En toen BAM één brok testosteron brak vlak voor ons door het wateroppervlak. Een dikke kop vol tanden misschien drie meter voor ons. Snel naar beneden om onder water net een glimp of liever gezegd een schaduw van deze haai op te kunnen vangen. Het was een kleintje van maximaal 1,5 meter en binnen no time was het spektakel weer voorbij waarna we ons klappertandend vastklampte aan de buitenkant van de kooi. Telkens alert op het gegeven nergens met onze armen of benen uit de kooi te steken.
Misschien na tien minuten sprong er weer een haai uit het water dit keer op slechts twee meter afstand. Het was een grote. Vier meter zeker en ze, want 90% van de haaien hier zijn dames, verslond de tonijnenkoppen vanuit ambush uit de diepte. Hap, slik weg. Weer met onze koppies onder water. Als in een film schoof de haai voorbij. Eerst de kop, toen de kieuwen, een vin, een enorme romp en als laatste de staart waarmee ze, als zijnde een afscheid, hard tegen de kooi sloeg om direct weer in de diepte te verdwijnen.
foto gemaakt door: Marcel Scioville
FOK! Wat spannend. We zien geen hand voor ogen maar het is ondanks deze teleurstelling een avontuur. Je ligt in het water en je hebt geen idee wanneer of zelfs waar de haaien uithangen. Het is net vissen...
"Nog eentje Saar en dan ga ik er echt uit" wist ik klappertandend uit te brengen waarna Sarah eveneens rillend en knikkend beaamde. Vijf minuten later hoorden we boven ons op de boot mensen roepen dat er weer een haai om de boot gestopt was. We hadden geen idee waar, maar ze moest nu snel komen. Onder water, niets. Boven water, niets. Onder water, een schaduw die versnelde naar de lokboei. Boven water, KLAP. Tanden die dichtsloegen op de waterspiegel maar zonder resultaat. De bootsmannen waren deze keer sneller. Ze zagen de haai aankomen.
foto gemaakt door: Marcel Scioville
Nu het water uit. Veel te koud. We vertoonden inmiddels beide tekenen van onderkoeling. Blauwe lippen, rillen, extra bruine handen en lichte verkrampingen. "Pak uit! Kleren aan!" dacht ik, maar de zee was nog onstuimig en dwong ons te zitten en naar de horizon te kijken. Uiteindelijk de moed gevat om mijn pak uit te trekken en terwijl ik daar stond te sjorren aan mijn wetsuit voelde ik de misselijkheid in een sneltreinvaart beslag op mijn motoriek leggen. Met een laatste schop wierp ik het pak van me af en liep de kajuit uit. Ik was ervan overtuigd dat ik de kotsende zombies aan bakboord gezelschap zou gaan houden, maar ik kon het opkomende schuim nog net wegslikken. Frisse lucht! Het ging wel weer.
Sarah had inmiddels de hoop om haar pak op de boot uit te kunnen trekken opgegeven en was mentaal de kust in detail in kaart aan het brengen. Gelukkig... We gingen weer terug. De motoren startten en de boot zette koers naar haar thuishaven. Gansbaai. Onderweg werden golven snel groter, het rollen steeds heviger en smoorde de stemming in een evenredig tempo. Nog nooit zo veel zeezieken mensen gezien. Het was lunchtijd voor de visjes. Duidelijk!
Terug aan land leek de grond nog een uur door te deinen en pas nadat we iets gegeten en warms gedronken hadden kwamen we weer op aarde.
Begrijp me niet verkeerd maar de hele ervaring was, hoewel onvergetelijk, door het zicht toch enigszins een teleurstelling. Het is een ones in a lifetime thing en het zicht ontnam ons een goed beeld van een volledige Witte Haai. We zagen ze op nog geen meter van ons af, dat wel. Maar we hadden echt een andere verwachting bij de trip.
Onderweg terug naar ons hostel zijn we gestopt bij de kelders. Dat was echt super gaaf!


Spannend Verhaal To en Saar!! Om misselijk van te worden... (erg balen van het zicht. Zeeziekte is hééééél rot ook). Maareh: wel ff een Witte gezien!!!
BeantwoordenVerwijderen