dinsdag 3 december 2013

Australië dag 3-4-5

Na eindelijk Perth verlaten te hebben, reden we Australië in, noordwaarts richting Broome. Onze eerste stop zou Cervantes zijn. Zo'n 300 km boven Perth. Daar wilden we namelijk de Pinnacles checken.

We vertrokken zoals gezegd vrij laat door al het gedoe bij Wicked Campervans. Eerst naar de supermarkt en bier halen voor ons mini koelboxje. Gelukkig hebben ze hier van die koelkamers bij de slijterij, een hele aparte kamer die een koelkast is waar dozen bier in staan van 24 flesjes van zo'n 370ml. Ons merk werd Carlton Dry. De prijs van drank wordt bepaald door de hoeveelheid alcohol. Een biertje met 3,5% alcohol is dus duidelijk goedkoper dan de normale met 4,5%. De koelbox zo vol als mogelijk gestouwd en een tasje met boodschappen bestaande uit blikvoer, aanleng pasta en een pot pasta saus. Voor het eerst dat ik een pasta maak zonder verse groenten... Tja, niet te betalen... 

De weg leidde ons door droog landschap, rood zand, lage doch groene begroeiing, door kleine dorpjes, richting de kust en erlangs omhoog.
Ze hadden ons gezegd dat je na 17 uur eigenlijk niet meer mag rijden, doordat er dan veel kangoeroes op de weg komen en die worden platgereden. 
17 uur lijkt echt vroeg, dus ik dacht toen ze dat zeiden "zal wel". Maar verrek! Na 17 uur zagen we opeens echt kangoeroes langs de weg, en nog veel meer platgereden kangoeroes... :( 
De zon komt hier om 5 uur op en gaat 19 uur onder! Je wil echt niet in het donker rijden, want dan krijg je zeer waarschijnlijk een kangoeroe op de gril. Er rijden hier heel veel Road Trains. Dat zijn massive vrachtwagens met tot wel 3 aanhangers. Die rijden de hele nacht door en vegen alles van de weg wat ongelukkig genoeg is hun pad te kruizen.

De wolken zijn anders. Ze zijn plat, dus wel gewoon schaapjes wolken in de breedte, maar in de hoogte zeg maar plat. Heel apart. Is gewoon echt anders dan bij ons. Verwonderd observeerde we het wolkendek aan de helder blauwe lucht.

In Cervantes zette we voor het eerst de tent op. We hebben een kleine Nissan Micra (helemaal nieuw, wij zijn de eerste bestuurders) met een uitklaptent op het dak. Het begon al te schemeren en gelukkig ging het best goed! Binnen 10 minuten hadden we hem naar volle tevredenheid staan. Wel vaag hoor, de helft van die tent is op het dak en de andere helft steunt op de trap. Maar het is stevig genoeg blijkbaar. Kan tot 150kg in slapen! Wel opmerkelijk dat ze het desondanks een 3 persoons noemen... 
Het sliep ook prima! Fijn als je tent zo hoog staat! Kussens gemaakt van onze truien (gebruiken we die hier ook nog eens) en in onze slaapzakjes gekropen.

De volgende ochtend gedoucht, ontbeten en op naar de Pinnacles. Tussen het woestijnzand staan kalkstenen die uitgesleten zijn door erosie. Echt een super gaaf gezicht. We reden door het nationale park, liepen tussen de Pinnacles, maakten wat foto's en concludeerde dat we deze wonderlijke vertoning elders in de wereld in haar eigen unieke vorm eerder aanschouwd hadden. We komen nu op een punt dat we eigenlijk alles gezien hebben wat er op de wereld te zien is. Uiteraard heeft elk land en continent het in haar eigen charme en op haar eigen manier, maar de essentie van hoe het is ontstaan of wat het werkelijk is, is niet nieuw meer. Toch blijft het leuk.

Na de Pinnacles reden we door naar Kalbarri. Daar lopen Gorges door een nationaal park en is een ontzettend mooie kustlijn met kliffen. We reden eerst naar de kust en keken onder het genot van een biertje naar een bijna ondergaande zon, de prachtige kliffen en een helder blauwe Indische Oceaan. Toen terwijl het nog licht was snel terug naar de camping om de tent op te zetten. Onderweg zagen we honderden papegaaien, grijs met roze, die een hels kabaal maakten.

De volgende morgen reden we naar het nationale park. Helaas bleek een deel alleen via dirtroads bereikbaar, dus bekeken we een deel. Een prachtige gorge liep door een landschap van rode stenen, waarbij je aan de kleur van de stenen kon zien hoe lang geleden de rivier zich hier doorheen geslepen had.
Het was bloed heet, maar dan echt bloed heet. Op bordjes stond dat het daar wel 50 graden kon worden en dat je water mee moest nemen als je ging wandelen. We liepen naar beneden om de rivier van dichtbij te bekijken en hoorde een schaap of geit blèren. Dit bleken vogels te zijn, heel vreemd!

Omdat we gemiddeld 250km per dag moeten rijden (eigenlijk zo'n 15% meer door afwijken van de route) om op tijd in Sydney te komen, reden we meteen weer door. Door een weinig veranderend zeer typisch Australisch landschap. Op naar Monkey Mia.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten