dinsdag 22 oktober 2013

On the road

Vanaf Bloemfontein liep er een kaarsrechte weg naar het stadje waar we de nacht door zouden brengen. De weg ging over een saai landschap van wat ik dacht dat Savanna was. Locals zeiden later dat het geen Savanne was maar iets, volgens hun woorden, "nog saaiers". Het was, ondanks de regen van eerder die dag, een dor gebeuren. Wanneer de weg ons naar de top van een hoge heuvel voerde konden we de weg recht voor ons aan de horizon zien verdwijnen. Zo recht was de weg.
We sliepen een nachtje in Trompsburg en we hadden dit plaatsje willekeurig gekozen omdat we twee lange rijdagen gepland hadden tussen Drakensbergen en Addo National Elephants Park. Het afleggen van afstanden gaat in Zuid-Afrika langzamer dan in Nederland. Files buiten beschouwing latend. Op de weg mag je 120 km/uur en dat lijkt hier veel harder dan bij ons want de wegen zijn niet zo best. Ze zijn hoofdzakelijk met onze provinciale wegen vergelijkbaar en worden voor de afwisseling met enorme gaten gedecoreerd. Afstanden zijn enorm en het is er niet druk op de weg. Vrachtverkeer en personenverkeer is ongeveer half om half en vrachtwagens rijden hier heel erg hard. Op deze weg kregen we regelmatig met wegwerkzaamheden te maken en dat is een bijzonder gebeuren. Voor de werkverschaffing staan er standaard minimaal één en maximaal drie medewerkers met een rode vlag naar je te zwaaien om een snelheidsvermindering aan te kondigen. Hieraan geven vrijwel alleen wij gehoor. Het overige verkeer raast met 120 km/uur langs de vlaggenzwaaiers inclusief zwaar beladen vrachtwagens. Soms staat er bord met de tekst "Please don't kill us". Dat is dus een baan waar je beter niet op solliciteert...

Trompsburg is een nietszeggend stadje naast de snelweg en ligt ongeveer op de helft tussen Johannesburg en Kaapstad. Toen we de afslag namen waaide er een struik over de weg. 
We hadden via de mail een kamer gereserveerd. Bij aankomst gaf de dame aan dat we geen mail gestuurd hadden. Best joh! Zijn er nog kamers vrij? Ja, dat dan weer wel. Nou... Doe die maar dan? Heb je wat te eten? Nee. Kunnen we ergens wat eten? Ja, in het motel langs de snelweg. Nou laat de kamer maar zitten dan...
We reden terug richting de snelweg en zagen het motel daar vlak voor liggen. Aan de buitenkant zag het er chique uit. Bij de voordeur aangekomen begon de problematiek... Hoe krijgen we deze deur open? Uit alle macht stonden we te duwen en te trekken maar de deur gaf geen krimp. Ik had een beetje het gevoel dat we bij de kroeg van Dusk till Dawn waren aangekomen en dat alle vampieren nog lagen te slapen. Uiteindelijk gaf de deur mee en liepen we naar binnen. De ruimte had de uitstraling van vergane glorie. Ooit moet dit een hotel vol leven zijn geweest met kroonluchters, prachtige schilderijen, gasten in pak of cocktailjurken en moderne puien naar een prachtige tuin. Hier was niets van over. Verouderd. Alsof je op de bodem van de oceaan door je duikbril naar de Titanic kijkt. Het was hier echter droog. Mogelijk voorlopig want er hing een dreigend pak wolken boven dit motel.
Na al die kilometers achter ons en het teleurstellende welkom in het hotel welke we "niet" gemaild hadden namen we genoegen met een kamer zonder douche. Wel was er een bad. Logisch...
Het diner leek eveneens afkomstig van de Titanic. Lang geleden gezonken en hier ontdooit en in de magnetron opgewarmd. Dan maar naar de bar. Alle muren waren beschreven en de pooltafel was duidelijk het middelpunt van belangstelling. Dit was duidelijk het kloppend hart van het stadje waar we ons bevonden.
Een moddervette eigenaresse stond ons te woord. In het Afrikaans. En dat is voor ons geen probleem want Afrikaans is eigenlijk gewoon Fries maar dan beter te verstaan. "Wij wil een fles wijn en bier". No problemo. Perfect Afrikaans.
Jelle had me over Skype voordat we naar Drakensbergen vertrokken een drilcursus Afrikaans gegeven. Allemaal belangrijke woordjes om te kennen natuurlijk. Zo noemen ze in Zuid-Afrika een string een bijnabroekie, een rukkie is een poosje geleden, een aftrekplek is een parkeerplaats, ogies maak is flirten en een bromponie is een scooter.

Achter in het café hadden we met onze pogingen charmant Afrikaans te spreken de interesse van twee gasten gewekt. Het was een stelletje en net als wij newly weds. Ze gaven aan dat we terecht waren gekomen op het einde van de wereld. Hier is alleen de snelweg naar Kaapstad en de poort naar de onderwereld. Op zich toch twee plaatsen waar je ooit geweest moet zijn...
Al pratend vloog de avond voorbij. Inmiddels was de bar vol gestroomd met locals, veelal veehouders. Het was maandenlang droog geweest en er waren zorgen over of het vee zal overleven. Vlak voordat we naar bed gingen hebben we regen aan de boeren beloofd.

De volgende ochtend werden we wakker in onze stoffige hotelkamer. De auto stond nog heelhuids voor de deur en regendruppels vielen op onze tassen die we naar de auto brachten. Het had die nacht gehoosd en het leek erop dat het niet bij een nachtje zal blijven. De richtingaanwijzer duidde Kaapstad aan, hiermee de onderwereld voorlopig achter ons latend.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten