woensdag 25 september 2013

Op onze teentjes

Pot jan dikkie wat is het lekker om met je kont even niet meer in de kano te hoeven zitten. Onze reet was zo dood als een Egyptische farao. Dat wil zeggen: Hoewel dood nog in perfecte conditie.
De kano uit en de Zebukar in. Een Zebu is een soort kruising tussen een koe en een waterbuffel. Eigenlijk een koe met een hoge bult op z'n rug. Het pad was onverhard. Een zandpad met hele diepe kuilen. De Zebukar werd bestuurd door een drijver en we hadden ieder een eigen kar. "Ati" Riep de menner tegen de Zebu wat "deze kant op" betekent.


Op een kwart van de tocht trok Sarah de lucht van haar menner niet langer en dat terwijl een Zebu zelf nou ook niet naar bloemetjes ruikt. Kan je nagaan. Wisselen dus. Sarah in mijn kar en ik achter de stinkende Zebukarmenner. Het zal wel komen omdat ik eigenlijk zelf al een tijdje niet gedoucht had maar ik had nergens last van. Lekker hoog op Sarah's Backpack en vooral de neus hoog in de wind.
We kwamen aan in een dorp. Geen stromend water, geen stroom. Niks eigenlijk. Duizend mensen in rieten hutjes, een kerk en een voetbalveld. Het voelde als het paradijs. Eindelijk lekker afspoelen met water uit een emmer en even relaxen op een bed.
De volgende ochtend stond onze chauffeur al klaar. Zulu die ik a snel had omgedoopt tot Mr. Zulu. De auto in en daar gaf Sarah direct het Zebu commando "Ati". Het ijs was meteen gebroken. Wat een heerlijke vent was die Mr. Zulu. Sprak miserabel Engels maar dat gaf niets. We begrepen elkaar... Denk ik... Hij reageerde in ieder geval op het commando en daar kwam de wagen in beweging verder over het zandpad.
We reden de hele dag over de stoffige weg en zijn twee pondjes over gegaan. Dat alleen al is een hele belevenis. Alles gaat op de boot. Helemaal afgeladen en bijna een wonder dat die dingen bleven drijven. Je hebt ook echt een 4X4 nodig. Met een huurauto deze roeten afleggen? Vergeet het maar!
We waren onderweg naar de Tsingy. Een natuurlijk wereldwonder wat bestaat uit pinakels van kalksteen. Regenwater heeft het zachtere gesteente weggespoeld en het verschuiven van de aardplaten over miljoenen jaren hebben het gesteente uit elkaar gedreven als een egel die zijn stekels opzet. Hierdoor is de Tsingy ontstaan. Uniek op onze wereld. Tsingy betekent lopen op je tenen. Eigenlijk hebben alle plaatsaanduidingen hier een hele logische betekenis zoals "rivier met krokodillen" of "land van rode grond". Lekker simpel houden. Daar zijn ze dol op.
Waarom dan "lopen op je tenen"? Nou om de volgende reden: De Tsingy is zo'n 20 a 30 meter hoog en bestaat uit vlijmscherpe rotsen. Als je tussen de scherpe punten wil lopen moet je dus, zonder wandelschoenen, op je tenen lopen. Lekker simpel. Ik hou d'r van...


We hadden twee volle dagen en we gingen hiken! Eindelijk lekker actief doen. We hebben de dagen dan ook helemaal volgeboekt. De eerste dag stond de "Kleine Tsingy" of het programma en de tweede dag de "Grote Tsingy". Het gaat hier niet om het formaat van het gebied maar om het formaat van de pinakels. De kleine Tsingy is als Haaientanden en de grote Tsingy als speerpunten. Vandaar de naam. 
Onze gids, Narcis, verslijt twee paar bergschoenen in één seizoen. Ik doe daar ruim tien jaar mee. Narcis was een verhalenverteller. Hij sprak honderduit en had op al onze vragen een antwoord. De kleine Tsingy tour nam ons mee over de rivier en via een aangelegd wandelpad de Tsingy op. Je moet je voorstellen dat de Tsingy als een rotsblok is dat zo uit het bos haar stekels direct de hoogte in doet steken. Een pad is er dus niet. Met dikke schroeven zitten rotsblokken met bouten verankerd in de wand waardoor het pad zich als het ware via een aangelegde trap door de Tsingy een weg naar boven baant. Onderweg wederom Lemuren gespot. Wat een meester beesten zijn dat toch. Mag ze geen apen noemen maar daar hebben ze nou eenmaal het meesten van weg.


Na 7 uur hiken door de kleine Tsingy voldaan en vroeg naar bed want de volgende ochtend stond de grote Tsingy op het programma.
Om bij de Tsingy te komen moesten we een uur rijden. Wederom in onze 4x4 met Mr. Zulu vol gas over het zandpad. Dit keer kregen we een klimharnas om waarmee we ons middels karabijnen moesten zekeren. Onderweg werden we, kijkend vanuit de auto, begroet door een bamboe lemuur. We hadden wederom "heel veel geluk" dat we deze zagen want ze laten zich maar moeilijk spotten.
Onze gids voor deze tour, Narcis, heeft een vlinder ontdekt. Nog niet erkend door specialisten en dus naamloos. Zo beweert Narcis in ieder geval. Omdat deze vlinder geen naam heeft heeft hij er zelf een voor ze verzonnen. De "Dry Leaf Butterfly". Een wonderbaarlijk beestje moet ik zeggen. Een vlinder vermomd als blad. Heeft zelfs niet de vorm van een vlinder. We hebben een filmpje gemaakt en ik zal deze uploaden. Zal leuk zijn als het echt een onbekende soort is maar ik betwijfel het.
De karabijnen waren nodig. Het was een pad lijnrecht omhoog en vallen was echt geen optie. Het harnas maakte het ook een stuk spannender en deze dag was nog beter dan de eerste. We gingen door grotten, spelonken en dicht begroeide bossen. Tijdens de lunch kwam er een Mangoest aanwandelen. Alsof het een toerist was. Totaal niet bang of verlegen. Kwam echt even what's up zeggen en liep vervolgens langs ons en vervolgde zijn weg over ons pad.


De Tsingy heeft mij het meest geraakt. Haar dieren, verhalen, aanblik en vergezichten zijn onvergetelijk. Mijn beschrijvingen zijn veel te kort en onvolledig. De weg naar de Tsingy is lang maar zo de moeite waard. Een wereldwondertje wat het bezoek aan dit eiland de moeite waard maakt. Het hoort in het rijtje van zeeën, bergen, bossen en woestijnen thuis maar door haar zeldzaamheid, ligging en afmeting verschoven naar een misschien minderwaardige positie. Nooit had ik dit willen missen en ik zal vertellen dat ze er is en gezien wil worden. Hier op Madagaskar.

2 opmerkingen:

  1. ;) top-entertainment, dit is genieten! thnxxx

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Na de zebu-card ride draaide mijn hele wereld, ik was extreem wagenziek, de geur van die man en de zebu maakte het nog veel erger. Kon niet eens meer praten. En de volgende morgen werden we wakker bij het geluid van die kerel die naar een zebu ATY riep... Goed, dat woord blijf ik dus de rest van ons verblijf roepen... ;)

    BeantwoordenVerwijderen