woensdag 25 september 2013

Tsiribihina

De weg van Antsirabe naar Miandrivazo werd steeds slechter. Asfalt dat wel maar hoe dichter we bij Miandrivazo kwamen maakten het asfalt plaats voor de rode grond onder het asfalt. Diepe kuilen die volgens Lova (de gids) om politieke redenen niet wordt hersteld. Tijdens verkiezingen is dit een onderwerp waar punten mee gescoord kunnen worden dus tijdens ambtstermijnen doen ze niets aan de weg om dit punt vier jaar later weer op de agenda te kunnen zetten.
In Miandrivazo werden enkele bureaucratische handelingen uitgevoerd. Onze paspoorten zijn voorzien van een chip. Deze kan je scannen en dan hebben ze zo alle gegevens. Super handig. Jammer alleen dat hun typemachine niet was uitgerust met een USB-poort. Alles werd dus handmatig overgenomen. Ik herinner me typemachines van vroeger maar deze kon zo in een museum. We hoorden zo'n klein halfuurtje de typemachine onophoudelijk ratelen waarna de documenten in vijfvoud ondertekend moesten worden en werden voorzien van heel indrukwekkende stempels.
We hadden een bungalow met stroom en water. Nu ik dit schrijf is het alweer 3 nachten geleden dat we stromend water hadden of stroom. In retroperspectief nog redelijk luxe dus maar dat ervoeren we op dat moment niet als zodanig. Na het eten werden we door een zeer vriendelijke rat welkom geheten in de bungalow. Sarah hield nog even de deur voor de rat open zodat deze een redelijk eenzijdig spelletje kon gaan spelen met de kat des huizes die al voor de deur zat te wachten.
We hadden de chauffeur gedag gezegd omdat we de auto gingen ruilen voor een kano. Drie dagen, twee nachten, kamperen en varen op de Tsiribihina rivier. Het was belangrijk om op tijd te vertrekken omdat de wind tegen het vallen van de avond zo krachtig is dat de kano tegen de stroom in terug zal worden geblazen. De wekker ging niet af die ochtend waardoor we enorm moesten opschieten. Hoewel de gids deed alsof het geen probleem was deed zijn mimiek een ander verhaal. Stres.
Met een vet gare Peugeot uit de jaren '60 of '70 waarvan de ramen er niet meer inzaten, de draden onder het dashboard vandaan kwamen en de stuurkolom schuurde tegen het gaspedaal gingen we op pad. Er zat wel een DVD-speler in. Natuurlijk... Wat moet je anders doen onder het rijden?
Aangekomen bij de rivier werden we begroet door een legioen aan kinderen die allemaal, doch zeer beleefd, vroegen om snoep, pennen, lege flessen en ballonnen. Ze recyclen hier niets. Alles wordt hergebruikt. In de lege flessen gaat honing en als de fles daar te gaar voor wordt ruien ze de honing voor benzine. Als dit vervolgens ook echt niet meer gaat verdwijnt de fles op de brandstapel.
De kano was er een gehouwen uit een boomstam en werd bestuurd door de bootsman, Remy, en zijn assistent, Francis. Twee ontzettend sterke gasten die dag in dag uit de rivier op en af kanoën. Twee dagen heen, 5 dagen terug.
Het is winter hier. Dat wil zeggen dat het het droge seizoen is. De temperaturen daarentegen zijn hoog. Erg hoog en de zon is extra krachtig vanwege de weerspiegeling op de rivier. De zonnebrandcrème van Kim hebben we heilig verklaard want we zijn niet verbrand. Wel behoorlijk gebruind maar helemaal niet verbrand. Top spul dus!
Omdat het zo droog is stond de rivier heel laag. Naast kano's gaan er ook motorboten de rivier af. Volgeladen met mensen en hun spullen. Al na zo'n vijfhonderd meter zagen we boten vastlopen op zandbanken. Iedereen de boot uit en duwen tot de boot weer los kwam. Nou wij blij dat we in een kano zaten. Na vijftig meter daarentegen moesten ook wij de kano uit om deze los te trekken.
De rivier is heilig. Logisch want het is gortdroog hier. Alles gebeurt dus op en om de rivier. Het dient als drinkwater, rioolwater, voor het vissen en voor de gewassen. Tientallen dorpjes liggen langs de rivier en overal zijn mensen. Verspreid weliswaar maar toch. Ook zitten er krokodillen in de rivier.
Het varen was eerlijk gezegd een beetje saai. 's Ochtends een paar uurtjes was prima maar daarna duurde het gewoon te lang. We werden behandeld als kleine poezelige Europeaantjes die natuurlijk volledig in de watten gelegd moeten worden. Mensen hebben hier gewoon heel erg weinig en de lunch werd voor ons geserveerd op een kleedje, luxe bordjes met bijpassend bestek en gekoelde drankjes (allemaal meegenomen in de kano!) tussen de dorpelingen die het eten van je bord keken. We hebben de helft weggegeven wat we niet zo handig deden. Sarah had een bord opgemaakt alsof t rechtstreeks uit een sterrenrestaurant kwam en ik gaf het aan een kindje. Binnen drie tellen was het hele bord leeg gegraaid en lag de helft op de grond (And... It's gone). Nou dat doen we dus niet meer zo. Gewoon uit de pan past hier veel beter en je geeft het aan de grootste of oudste die je kan vinden zodat er volgens de pikorde gegeten kan worden.
Niets mogen doen is vrij lastig voor ons. Het is echt een overgave. We mochten niet helpen met koken of wat dan ook. Alles werd voor ons gedaan. Als je een klein kuchje liet horen of je krabde omdat je jeuk had werd er direct gevraagd of het wel goed met je ging. "No sir, I think I have a little bit of Malaria"...


Op een gegeven moment kregen ze door dat we dat niet zo chill vonden dus lieten ze ons een aardappel schillen en onze eigen tent opzetten. Daar hield het ook echt mee op. Het ergste is ook dat als je wordt behandeld als een hulpeloos blank baby'tje je jezelf ook zo gaat gedragen. Je denkt bijna niet meer zelf na omdat het gewoon geen zin heeft. Jezelf overgeven aan de situatie is het beste want anders geniet je niet meer. Gewoon op je kussentje in de kano gaan zitten en foto's maken, zoals het hoort...
De rivier bevat naast vis dus ook krokodillen. En die hebben we gezien. Twee keer. De krokodillen schuilen voor mensen want dat zijn hun enige vijanden. We hadden volgens de gids dan ook veel geluk dat we ze hebben gezien. Of dat laatste waar is weet ik eerlijk gezegd niet zeker. Het is onze ervaring dat we opvallend veel geluk hebben tijdens excursies waar dan ook op de wereld. Het voelde in ieder geval goed en we hebben ze gezien. Daar gaat het om.


Naast krokodillen hebben we hoor het eerst de Lemuur gezien. Een aapachtig beestje (is geen aap!) en zeker de grootste reden om Madagaskar aan te doen. Ze komen alleen op Madagaskar voor en zijn, zoals veel flora en fauna hier, een genetisch unicum in stand gehouden door het verschuiven van de aardplaten miljoenen jaren geleden. Afrika, Zuid-Amerika, Madagskar en India zaten aan elkaar vast en zijn uit elkaar gedreven. Omdat Madagaskar hierbij geïsoleerd is geraakt zijn er wonder boven wonder nauwelijks diersoorten tot grote jagers, zoals katachtigen, geëvolueerd. Hiermee heeft de Lemuur relatief weinig vijanden hier en zijn ze niet verzwolgen door de tanden van "echt" Afrika.


Het kanoën over de rivier was, hoewel wat lang en passief, al met al een leuke manier om een vrij grote afstand af te leggen. Het alternatief is namelijk twee dagen in een 4x4 over een stoffige zandweg. We waren namelijk op weg naar onze volgende bestemming. De Tsingy.

1 opmerking: